|
|
De leerstofWe houden zoveel mogelijk rekening met de actualiteit, toch ligt de leerstof voor een belangrijk deel vast in de moderne methoden die we gebruiken. Voor ieder vakgebied zullen we kort omschrijven welke methoden en/of uitgangspunten we hanteren. De vakgebieden en de methoden zijn volgens de richtlijnen van het ministerie en de inspectie beschreven in het schoolplan. Dit schoolplan wordt vastgesteld door de medezeggenschapsraad. De rijksinspectie houdt geregeld toezicht op het schoolplan. Het schoolplan ligt voor een ieder op school ter inzage.
Groep 1 en 2: De aanpak in de groepen 1 en 2 verschilt enigszins van die in de andere groepen. De inrichting van de lokalen en de manier van werken is iets anders, maar er zijn ook belangrijke overeenkomsten. Kleuters leren vooral tijdens hun spel. Wij spelen daarop in door te zorgen voor veel materialen waarvan de kinderen kunnen leren. We praten veel met de kinderen over allerlei dingen. Hierdoor vergroten zij hun woordenschat en leren zij goed spreken. Dit is belangrijk voor het latere taal- en leesonderwijs. Bij de jongste kleuters (groep 1) gebeurt dit allemaal spelenderwijs, terwijl we bij de kinderen in groep 2 al wat meer eisen stellen. Het werken bij kleuters gebeurt hoofdzakelijk in de vorm van projecten. Gedurende een bepaalde periode, die in lengte kan verschillen, wordt één onderwerp centraal gesteld. Rond dit onderwerp komt een veelheid van taal- reken- en knutselactiviteiten aan bod.
De thema’s die aan bod komen, staan niet volledig vast. Wel wordt een lijst gehanteerd, met VVE-thema’s. Omdat de kleuters in principe minimaal twee jaar in dezelfde groep zitten, wordt gewerkt met een planning voor twee jaar. Er zijn thema’s, die ieder jaar weer centraal gesteld worden, zoals de seizoenen en de festiviteiten als bijvoorbeeld Sint en Kerst. Kinderen kunnen zelf ook een thema aandragen, als bijvoorbeeld hun interesse naar een bepaald onderwerp uitgaat. Wij proberen daar zoveel mogelijk op in te spelen. Drie keer per week wordt begonnen met ‘spelinloop’. De kleuters mogen als ze op school komen meteen gaan ‘werken’ of spelen. Tijdens de spelinloop bestaat de mogelijkheid om vrijblijvend met uw kind een spelletje of een werkje te doen.
Het werken in de groepen 1 en 2 gebeurt meestal vanuit de kring. De kring is een belangrijke vorm waar kinderen regelmatig in terugkeren. In de kring kunnen verschillende activiteiten plaatsvinden zoals:
Bij het werken in de kring wordt ook gebruik gemaakt van ‘grote kring’ en ‘kleine kring’. Bij de ‘grote kring’ volgen alle kleuters de activiteit, bij de ‘kleine kring’ een specifieke groep (bijvoorbeeld alleen de oudste of de jongste kleuters). Naast de kring is ook ‘werken’ een vast onderdeel. ‘Werken’ is op een spelende en ontdekkende manier bezig zijn met verschillende materialen (kennis- en inzichtbevorderend) zoals puzzels, (auditieve) taal- en rekenspelletjes. Deze ontwikkelingsmaterialen zijn er in iedere groep op verschillende niveaus.
Ook in de hoeken wordt gewerkt. We kennen o.a. de bouwhoek, de huishoek, de teken- en schilderhoek, de lees/schrijfhoek en de computerhoek.
De eerste stap naar zelfstandig werken wordt bij de kleuters gemaakt. Om de zelfstandigheid van de kinderen te vergroten, wordt gewerkt met het keuzebord. Bij het kiezen van het werk gebruiken de kinderen hun eigen foto om aan te geven welk werk ze gaan doen. Als de kinderen klaar zijn ruimen ze zelfstandig op en gaan ze zelfstandig een volgend werkje kiezen. Als de leerkracht extra ondersteuning geeft aan een klein groepje kinderen kan de leerkracht niet gestoord worden (uitgestelde aandacht). De kinderen kunnen dit zien doordat er een Trekvogel boven het keuzebord hangt.
Een ander belangrijk element is ‘bewegen’. Iedere dag gaan de kinderen in het speellokaal en/of op het speelplein spelen. Buiten is het meestal vrij spel. Binnen zijn er afwisselend spel- en gymactiviteiten.
In de kleutergroepen wordt gewerkt met computers. De kinderen werken zelfstandig of met een hulpouder aan verschillende computerprogramma's (bijvoorbeeld. taal- en rekenactiviteiten, vormen en kleuren).
De kleuterleerkrachten zijn aanvullend geschoold om met dit programma te werken. Zij krijgen extra ondersteuning door het inzetten van een stagiaire onderwijsassistente. Zij helpt de kinderen zowel buiten als in de groep. De thema’s van VVE zijn geïntegreerd in het reguliere programma van de groepen 1 en 2 In de kleuterbouw wordt ook het televisieprogramma: ‘Koekeloere’ bekeken om met name de taal- en rekenactiviteiten te stimuleren. Kleuters op onze school zitten in principe in zgn. heterogene groepen, wat inhoudt dat kinderen van verschillende leeftijden (groep 1 én 2) in één groep zitten. Door gebruik te maken van kaarten met foto’s, weten de kinderen wat er op een bepaalde dag allemaal aan de orde zal komen. Deze dagritmekaarten geven de kinderen structuur en dus houvast. Om vroegtijdig eventuele problemen met leren te kunnen signaleren, worden de kinderen gedurende de kleuterperiode enkele malen intensief geobserveerd, waarbij de ontwikkeling op verschillende terreinen wordt bekeken. Hiervoor heeft de school een zgn. ‘TOVK’ (Trekvogel Observatiesysteem Voor Kleuters) ontwikkeld. Door middel van deze observatielijsten en uitslagen van toetsen krijgen we een goed beeld van de ontwikkeling van de kinderen. Tijdens ‘10-minuten-gesprekken’ wordt hierover met de ouders gesproken. Aan het einde van de kleuterperiode wordt bekeken of een kind naar groep 3 kan. Groep 3 t/m 8 algemeen: Zoals reeds eerder vermeld, werken we in ons onderwijs vanuit de kerndoelen, die voor alle vakken zijn opgesteld. Op het bord of aan de hand van dagritmekaarten, wordt dagelijks aangegeven welke vakgebieden aan de orde zullen komen. Naast het zelfstandig verwerken van de leerstof, wordt bij alle vakken veel aandacht besteed aan het samenwerken van leerlingen. Hierbij gaan we uit van het principe dat de kinderen veel van en aan elkaar kunnen leren.
Rekenen en wiskunde: Onze school gebruikt de methode ‘Pluspunt’, een zgn. ‘realistische rekenmethode’. Dit houdt in, dat de methode inspeelt op de dagelijkse praktijk. De methode gaat uit van begrip en niet van rekentrucjes. Na iedere instructieles van de leerkracht, zijn er meestal twee zelfstandige werklessen opgenomen. De methode gaat niet uit van één goede oplossingsmethode, maar gaat uit van de verschillende oplossingsmethoden van de kinderen zelf. De methode heeft de mogelijkheid in zich om leerlingen naar aanleiding van de tussentijdse toetsen te laten werken met herhalings- en/of verrijkingsstof.
Nederlandse taal: Taal is de basis voor al het leren, zowel mondeling als schriftelijk. Daarom wordt de meeste tijd op onze school besteed aan taalonderwijs. Onze school gebruikt de nieuwste versie van de methode ‘Taaljournaal’, ook een realistische methode. Leerlingen ervaren waarvoor ze de taal kunnen gebruiken. In deze methode wordt op een kindvriendelijke manier veel aandacht besteed aan de verschillende onderdelen van taal: spreken, luisteren, lezen en schrijven.
Ook het creatieve van taal speelt een belangrijke rol in de methode. Hierbij moet gedacht worden aan het verwoorden van ideeën en gevoelens in verhalen, gedichten, toneelspel e.d. De methode doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van kinderen. Bovendien spelen ‘evaluatie en reflectie’een grote rol: ‘Wat was ik van plan en is dat gelukt? Waarom wel of waarom niet?’ Omdat niet alle leerlingen op dezelfde manier leren (meervoudige intelligentie), kunnen kinderen twee dagen per week kiezen welke opdrachten zij doen. Alle opdrachten hebben hetzelfde doel.
Vanaf de kleutergroepen houden kinderen een boekenkring bij ons op school. Zo leren zij van jongs af aan zich te presenteren voor een groep. Vanaf de middenbouw houden de kinderen ieder schooljaar een spreekbeurt.
Er worden ook werkstukken gemaakt. De deelgebieden ‘spelling’ en ‘woordenschat’ zijn geïntegreerde onderdelen van de nieuwe taalmethode.
Lezen: Naast de aandacht voor het lezen in de taalmethode, wordt ook apart aandacht besteed aan de verschillende leesvormen. Voor het aanvankelijk technisch lezen wordt in groep 3 gebruik gemaakt van de nieuwste versie van de methode ‘Veilig Leren Lezen’. Op een inzichtelijke manier leren de kinderen lezen. In de methode is ruimte voor snelle en langzame lezers. Ook wordt gebruik gemaakt van veel aanvullend materiaal om het aanvankelijk leesproces zo snel en goed mogelijk onder de knie te krijgen. Bij deze methode gebruiken we een computerprogramma op het digitale schoolbord. Mocht een kind het technisch lezen (gedeeltelijk) onder de knie hebben bij aanvang groep 3 dan kan deze leerling op eigen niveau in groep 3 aan de slag.
Naast het technisch lezen besteedt onze school twee keer per week aandacht aan BAVI lezen: belevend lezen. De hele school leest op hetzelfde moment. Er ontstaat een prettige sfeer. Doel van het Bavilezen is: het lezen stimuleren en het leuk blijven vinden. Na het Bavilezen worden er op verschillende manieren aandacht besteed aan boekpromotie.
Op de Trekvogel is een leescoördinator werkzaam: zij stimuleert de kinderen te blijven lezen door bijvoorbeeld leeswedstrijden, tentoonstellingen van nieuw aangeschafte lees-boeken, lesvoorstellen tijdens de kinderboeken-week enz. Ook richt zij elke paar weken een nieuwe leeshoek in die op een centrale plek in de school aanwezig is. Voor studerend- en begrijpend lezen maken we gebruik van de methode ‘Goed gelezen’. Bij deze methode ligt de nadruk op het leren doorgronden van een tekst. Belangrijke zaken hierbij zijn: hoofd- van bijzaken kunnen onderscheiden, het leren maken van een samenvatting en het kunnen beantwoorden van vragen naar aanleiding van een tekst. Engels: In de groepen 7 en 8 wordt Engels gegeven. We gebruiken de methode ‘Hello You’, waarbij het accent ligt op een eerste kennismaking. De communicatie staat hierbij voorop. In herkenbare situaties wordt de kinderen de basisprincipes van de Engelse taal bijgebracht. Door middel van geluidsfragmenten wordt ook de uitspraak geoefend.
Schrijven: Voor het technisch schrijven gebruiken we de methode: ‘Pennenstreken’. Deze methode past bij de letters die we de kinderen in groep 3 aanleren. In groep 8 is deze methode gericht op het ontwikkelen van een eigen handschrift.
Wereldoriëntatie:
Meestal wordt er aandacht aan geschonken in aparte vakken, maar daar waar dat kan ook geïntegreerd in klassengesprekken, school-televisie, taal, rekenen, projecten, werkstukken, spreekbeurten, excursies enz.
Wij gebruiken de volgende methoden: Natuur: Natuurlijk Aardrijkskunde: Hier en Daar Geschiedenis: Bij de tijd Verkeer: Klaar over
Expressievakken: De creatieve vakken zijn in de groepen 1 en 2 geïntegreerd in het programma. In de groepen 3 t/m 8 worden de aparte vakken, (tekenen en handvaardigheid) meestal geclusterd tot het vak ‘beeldende vorming’. In de bovenbouw is er sprake van een ‘crea-knutsel-middag’. Alle leerlingen van groep 5 t/m 8 zijn door elkaar bezig met de crea vakken. In circuitvorm werken zij 3 weken aan een opdracht om vervolgens een andere te kiezen. In dit circuit komen ook vakken als techniek, dramatische- en dansante vorming voor.
De creatieve vakken op onze school zijn zeker niet vrijblijvend. Er wordt wel degelijk kwaliteit nagestreefd.
Bewegingsonderwijs: Bij bewegingsonderwijs willen wij verschil-lende vaardigheden ontwikkelen. Voorbeelden hiervan zijn: het ontdekken van de mogelijkheden en beperkingen van het eigen lichaam, het ontwikkelen van samenspel, spel- en speelplezier, maar ook van kracht, techniek, tactiek, uithoudingsvermogen, enz. In de groepen 1 en 2 staat bewegingsonderwijs dagelijks op het rooster. Dit kan in het speellokaal van de school of op het kleuterplein uitgevoerd worden. Vanaf groep 3 gaan de groepen twee keer per week gymmen in de sportzaal. Bij deze lessen wordt onderscheid gemaakt tussen spellessen en toestellessen. Onze school hanteert de (een zelfontwikkelde methode) methode ‘basislessen bewegings-onderwijs’.
De groepen 4 en 5 verwisselen gedurende een half jaar één gymles voor één zwemles per week zwemmen in zwembad ‘de Hooghe Waerd’. Groep 5 het eerste half jaar; groep 4 het tweede half jaar. De leerlingen worden met bussen naar het zwembad vervoerd. Het zwemmen is facultatief. Kinderen, die niet meedoen aan de zwemlessen blijven op school en ontvangen vervangende leerstof. Voor de kinderen die gaan zwemmen, wordt een bijdrage van ca. € 35,- per schooljaar gevraagd.
Geestelijke stromingen en maatschappe-lijke verhoudingen: We willen de kinderen zicht geven op de wijze waarop onze multiculturele samenleving in elkaar zit, op het functioneren van een moderne democratie. We besteden daarom aandacht aan geestelijke stromingen (verschillende godsdiensten), die in onze cultuur voorkomen, zonder daarover een oordeel uit te spreken. Het bijbrengen en hanteren van normen en waarden speelt een belangrijke rol. Daar waar dat kan wordt gebruik gemaakt van de op school aanwezige ervaringen van de leerlingen zelf. Ook in diverse methoden en kringgesprekken wordt aandacht besteed aan deze vakgebieden.
Actief burgerschap en integratie: De Directie Primair Onderwijs (OCW) verwoordt het begrip actief burgerschap als volgt: ‘Actief burgerschap is het kúnnen en wíllen deelnemen aan de samenleving. Burgerschap gaat over diversiteit, acceptatie en tolerantie. Het vraagt ook reflectie op het eigen handelen, een respectvolle houding en een bijdrage aan de zorg voor je omgeving’.
De school bevordert de gedachte dat wij leerlingen opleiden tot democratische, actieve wereldburgers. We willen de school groter laten zijn dan alleen het gebouw.
Sociaal-emotionele ontwikkeling: Kinderen in deze tijd, moeten leren omgaan met een maatschappij die veranderd is. Op dit moment worden andere vaardigheden van kinderen gevraagd dan vroeger. Telkens weer bedenken we op school: ‘Wat heeft een kind nu nodig om goed te kunnen functioneren in de maatschappij van de toekomst? Hoe kan een leerling nu het beste tot zijn recht komen? Zijn er mogelijkheden voor ons onderwijs zo aan te passen dat we een goede, positieve leer- en werkomgeving aan onze kinderen kunnen bieden?’ Voorbeelden van aanpassingen op de Trekvogel zijn: · invoeren oplossingsgericht werken (kinderen leren kijken naar eigen en elkaars kwaliteiten) · invoeren structureel coöperatief leren (leren samenwerken) · invoeren geheel ontwikkelde lijn voor zelfstandig werken (zelfstandigheid) · invoeren van de nieuwe taalmethode waar rekening wordt gehouden dat niet iedereen op dezelfde manier leert (meervoudige intelligentie) enz. Om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te bevorderen, maken we gebruik van de lessen die gegeven kunnen worden aan de hand van de site: www.kidstegengeweld.nl De bijbehorende poster hangt in elke groep. Kinderen moeten zich op school zo veilig mogelijk voelen. In gerichte lessen leren kinderen zich bewust te zijn van, en om te gaan met hun eigen gevoelens en die van anderen in de groep. Aan de hand van het leerlingvolgsysteem ‘Kijk op sociale competentie’ volgen we structureel hoe het sociaal-emotioneel met de kinderen gaat.
Wij bieden vanaf november 2008 een aantal leerlingen van onze school de mogelijkheid een SOVA-training te volgen. Deze vindt gedeeltelijk onder schooltijd en gedeeltelijk na schooltijd plaats. De SOVA-training wordt gegeven door speciaal daarvoor opgeleide, interne leerkrachten. De training is bedoeld voor kinderen die intensiever begeleiding nodig hebben om zich vaardigheden eigen te maken op sociaal emotioneel gebied. U kunt denken aan vaardigheden die nodig zijn om een prettig contact met andere kinderen in een grotere groep dan thuis te hebben.
Of vaardigheden die nodig zijn om werk goed te kunnen presenteren of je eigen kwaliteiten te kunnen zien en aangeven (faalangst). |