|
|
|
schoolplan 2008-2012 Trekvogel
Inhoudsopgave Schoolplan 2008-2012
Voorwoord
De indeling van het schoolplan 2008-2012 is afgestemd op beleidsterreinen die wij relevant vinden voor onze schoolontwikkeling. Deze beleidsterreinen vormen de focus voor onze kwaliteitszorg (zie hoofdstuk 7). Dit betekent, dat wij deze beleidsterreinen:
1. Beschrijven Wat beloven we? 2. Periodiek (laten) beoordelen Doen wij wat we beloven? 3. Borgen of verbeteren Wat moeten wij borgen? Wat verbeteren?
De onderscheiden beleidsterreinen komen (deels) overeen met de kwaliteitsaspecten die de Inspectie van het Onderwijs onderscheidt in haar toezichtskader.
Tevens beschrijven in deze inleiding de competenties (in de geest van de wet Beroepen in het onderwijs) die wij hanteren voor de persoonlijke ontwikkeling van onze werknemers. Deze competenties vormen de rode draad in ons integraal personeelsbeleid (zie hoofdstuk 4). De beleidsterreinen en de competenties zijn logisch gekoppeld (zie schema) en afgeleid van de zeven bekwaamheidseisen in de wet Bio.
In het schoolplan zijn hoofdstukken opgenomen (zie inhoudsopgave) die nader ingaan op de doelen die we stellen ten aanzien van de genoemde beleidsterreinen. In hoofdstuk 4, Integraal Personeelsbeleid, gaan we nader in op de rol en de functie van de onderscheiden competenties.
Hoofdstuk 1 Inleiding
Het schoolplan geeft op schoolniveau samen met de schoolgids en het jaarverslag van de directie vorm aan de wijze waarop het onderwijs op ´de Trekvogel´ is georganiseerd en middels deze documenten legt de school verantwoording af over de inrichting van het onderwijs en de wijze waarop de school zorg besteedt aan de kwaliteit van het onderwijs.
Ons schoolplan beschrijft in de eerste plaats onze kwaliteit: onze missie, onze visie en de daaraan gekoppelde doelen. Op basis van de huidige situatie hebben we diverse instrumenten ingezet om grip te krijgen op onze sterke en zwakke punten, en daarmee op onze verbeterdoelen voor de komende vier jaar. Het schoolplan functioneert daardoor als verantwoordingsdocument naar de overheid, het bevoegd gezag en de ouders, en als planningsdocument voor de planperiode 2008-2012. Op basis van ons vierjarige Schoolplan stellen we jaarlijks een Plan van Aanpak (zie hoofdstuk 7) op. In een jaarverslag (naar ouders, ingaand 2008) en een jaarplan (naar bestuur) zullen we steeds evalueren of de gestelde verbeterdoelen gerealiseerd zijn. Op deze wijze geven we vorm aan een cyclus van plannen, uitvoeren en evalueren.
schoolplan
Bronnen/procedures:
Al deze informatiebronnen zijn gebruikt om te komen tot de bouwstenen van het nieuwe schoolplan 2008-2012. Het schoolplan is door de directie geschreven in samenspraak met het SMT (school management team), het team en de MR.
Naast de voornoemde bronnen heeft de directie ook vooral gebruik gemaakt van het vorige schoolplan (2003-2007). Het nieuwe schoolplan is een jaar later gemaakt dan bedoeld.
De oorzaken hiervan zijn:
Door gebruik te blijven maken van voornoemde bronnen en procedures, zal het nieuwe schoolplan de komende vier jaar regelmatig geëvalueerd (en waar nodig bijgesteld) worden.
Om de leesbaarheid van het schoolplan te bevorderen zal, indien nodig, worden verwezen naar al bestaande documenten. Deze documenten zijn zowel aanwezig op bovenschools als op schoolniveau. Binnen de nieuwe Stichting ROBIJN (Regionaal Openbaar Basisonderwijs IJsselstein Nieuwegein) zullen de bovenschoolse documenten op een te ontwikkelen website voor zowel leerkrachten als directies beschikbaar en direct opvraagbaar zijn. Hierbij moet gedacht worden aan bestuursformatieplan, managementrapportages, klachtenregeling, zorgplan, managementstatuut, omgangs-protocol, mobiliteitsplan, gesprekkencyclus.
Hoofdstuk 2 Schoolbeschrijving
Adresgegevens: Naam: obs “De Trekvogel” Adres hoofdvestiging: Heemradenlaan 26 3401 GX IJsselstein Telefoon: 030-6882798 e-mail: directie@trekvogel.nl website: www.trekvogel.nl
Tot 01-08-2008 is “De Trekvogel” één van de vier openbare basisscholen van de B.O.O.IJ. (bestuurscommissie openbaar onderwijs IJsselstein). Daarna zal de school een onderdeel zijn van de nieuw te vormen stichting ROBIJN (Regionaal Openbaar Basisonderwijs IJsselstein Nieuwegein), waarin de negen openbare basisscholen (met in totaal 14 locaties) uit beide gemeentes opgaan.
Identiteit: “De Trekvogel” is een openbare school. De school staat daarmee open voor alle religies en levensovertuigingen. Wij hechten veel waarde aan respect, zorg en openheid naar elkaar. Door de gemêleerde samenstelling van de schoolbevolking kunnen team, kinderen en ouders kennis maken met verschillende culturen en levensbeschouwingen op onze school.
Kenmerken gebouw en school: De school heeft op dit moment de beschikking over een modern gebouw (juni 2005) met in totaal 10 lokalen. Direct naast de school bevindt zich een sporthal van de gemeente waar alle drie de scholen uit de wijk gebruik van maken. Inpandig is specifiek voor de buitenschoolse opvang een moderne voorziening gebouwd, waar kinderen in een veilige, huiselijke omgeving voor en na schooltijd kunnen vertoeven.
Kenmerken management: De directie bestaat vanaf 1 januari 2008 uit: één clusterdirecteur (2 dagen) en één directeur (4 dagen).
Aantal teamleden (01-08-2008)
Leeftijd (opbouw) en voltijd (vt) deeltijd (dt) /per 01-08-08
Specifieke specialismen (gediplomeerd/gecertificeerd) team:
Ziekteverzuim: (gegevens verzuimrapportage jaarverslag 2007) Het gemiddelde verzuimpercentage van “De Trekvogel” was in 2007 3,92%. Het gemiddelde in het bestuur was in 2007 5,17% en landelijk 5,8%. In schooljaar 2007-2008 zijn we geconfronteerd met een langdurig ziektegeval. Re-integratie is inmiddels gestart.
Door het gegeven dat een deel van de kinderen over een hogere wegingsfactor beschikt en een aantal kinderen met een bepaalde achterstand de school binnenkomt, willen wij als school ons lesprogramma afstemmen op de onderwijsbehoeften van de kinderen. Bij het kiezen van nieuwe methodes wordt hier rekening mee gehouden. Het handelingsgericht werken vindt zoveel mogelijk in de groep plaats. Daar waar dit een toegevoegde waarde heeft, gaan kinderen naar de RT-ers.
Land van herkomst: Aantal kinderen naar land van herkomst, (bron cfi 1 oktobertelling 2007)
CITO-eindscore De school hanteert de IC-scores, zoals deze door CITO worden gegeven. Vaak liggen de uiterste scores ver uiteen. Dat hangt samen met de gemêleerde samenstelling van de schoolpopulatie.
Sociaal-emotionele ontwikkeling. Sinds januari 2008 beschikt de school over het leerlingvolgsysteem “Kijk op sociale competenties”. De school beraadt zich op de aanschaf van een bijpassende methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling. Op dit moment hanteert de school de lessen rondom de posters van www.kidstegengeweld .
Aantal kinderen met leerlinggebonden financiering (LGF: zgn. “rugzakje”). Momenteel hebben wij drie rugzakkinderen bij ons op school voor REC-4. Op het moment dat er kinderen met een rugzakje aangemeld worden krijgen deze kinderen ambulante begeleiding vanuit het betreffende REC. Binnen de school krijgt het kind dan een vaste extra begeleider. Deze begeleider kan het kind zowel binnen als buiten de groep begeleiden. Het begeleidingsplan van het kind wordt in overleg met de Intern-Begeleider, leerkracht(en), ouders en directie vastgesteld.
Opleidingsniveau, geloofs- en levensovertuigingen De groep ouders/verzorgers kenmerkt zich als een groep met een diverse achtergrond/opleiding. Uit de inschrijfformulieren blijkt dat de geloofsovertuigingen zeer gevarieerd zijn.
Over het algemeen zijn ouders bij de school betrokken doordat daar vanuit school aandacht voor wordt gevraagd door middel van werkgroepen, bijeenkomsten en activiteiten.
Identiteit: De schoolpopulatie van de school is gemêleerd. Wij willen een afspiegeling zijn van de wijk en de samenleving. Ongeveer alle achtergronden, levensovertuigingen en sociale klassen zijn op onze school vertegenwoordigd.
“De Trekvogel” is in september 2007 een taalrijk-school geworden. Wij doen mee aan het VVE-traject omdat binnen onze gemeente alle scholen VVE-school zijn geworden.
Kenmerken wijk (regio) c.q. het voedingsgebied “De Trekvogel” ligt in de wijk “Achterveld”, een wijk van ca. 20 jaar oud. De eigen wijk is het grootste voedingsgebied. De populatie van de school is divers qua afkomst en achtergrond. Op dit moment zien wij een tendens dat de wijk vergrijst waardoor het kinderenaantal de laatste jaren vermindert.
In de wijk staan huizen in een grote variëteit. De bebouwing bestaat uit een combinatie van eengezins-, huur- en koopwoningen.
De sociale context van de school in de wijk. De school is het ontmoetingspunt van ouders en kinderen met hun verschillende achtergronden en overtuigingen. Als openbare school stellen wij ons ten doel een bijdrage te leveren aan deze ontmoetingsfunctie door ouders en kinderen de gelegenheid te bieden om van elkaars achtergronden kennis te nemen en respect voor de ander te krijgen en/of te behouden. Doordat de school als enige in de wijk beschikt over een ruime aula, wordt deze ook gebruikt door externe instellingen (o.a. damvereniging, IB-netwerk, WSNS).
De school is actief bezig met de zelfstandigheid en het samenwerken van kinderen. Dit geschiedt onder andere door inzet oplossingsgericht werken, structureel coöperatief leren, leerlijn zelfstandig werken.
Het leerlingenaantal laat de laatste jaren een dalende tendens zien. Grotendeels komt dit door het vergrijzen van de wijk. Door gerichte activiteiten op het gebied van PR, proberen we tenminste het deelnamepercentage in de wijk op constant niveau te houden.
Het bewuste personeelsbeleid van de afgelopen jaren heeft op de meeste onderdelen (o.a. leeftijdsopbouw, ervaring, specialismen, achtergronden) goed gewerkt. Vooral het geslacht is nog een aandachtspunt. Binnen het team is ons streven om bij vacatureruimte meer mannelijk- en fulltime personeel benoemen.
Als school met een dalend leerlingaantal, komt “De Trekvogel” in aanmerking voor overplaatsing van personeel naar andere scholen binnen de stichting. In overleg met de bovenschoolse werkgroep “formatie” zal getracht worden om te komen tot een zo’n goed mogelijke afstemming
Door de daling van het aantal kinderen in de wijk dreigt er een leegstand te ontstaan. Deze leegstand zal meegenomen worden in de bespreking met de gemeente, de buurscholen en de voorzieningen voor buitenschoolse opvang.
In de wijk is een samenwerkingscontract getekend met de aanbieder voor buitenschoolse opvang (BSO-IJsselstein). Deze aanbieder is inpandig in ons gebouw opgenomen. Door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen zijn steeds meer kinderen aangewezen op buitenschoolse opvang. Jaarlijks zal bekeken worden wat dit betekent voor het ruimtegebruik in ons gebouw.
We merken belangrijke veranderingen in de samenleving om ons heen. In toenemende mate zien we vervreemding van mensen t.a.v. de samenleving. Wij onderkennen een tendens waarbij mensen zakelijker, afstandelijker en materialistischer worden. In de wijk en in de gezinnen (en dus ook in school) worden we steeds meer geconfronteerd met een diversiteit aan sociale- en opvoedingsproblematieken. De school neemt deel aan een aantal netwerken (o.a. buurtnetwerk, netwerk intern begeleiders, ontwikkeling centrum jeugd en gezin, gemeentelijke regiegroep “jeugd”). Ook alle activiteiten in het kader van de nieuwe Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO) moeten er voor trachten te zorgen dat jongeren en opvoeders, die hulp nodig hebben, dat ook daadwerkelijk krijgen. Naast de traditionele schoolvakken wordt er van mensen andere, duurzame vaardigheden en attituden verwacht, zoals zelfstandig werken en denken, eigen verantwoordelijkheidsgevoel, samenwerkingsvaardigheden, talenten en samenwerkend leren. Er zal in toenemende mate aandacht komen voor verschillende leerstijlen en meervoudige intelligenties. We willen dat kinderen betekenisvol leren.
Hoofdstuk 3 Onderwijskundig beleid
Inleiding
Met het hele team hebben we ons beziggehouden met visieontwikkeling. Een visie, die door alle teamleden gedragen wordt. Een visie, die uitnodigt tot gezamenlijk gedragen handelen van alle betrokkenen op “De Trekvogel”. Een visie, die omschrijft wie we willen en kunnen zijn. De visie geeft antwoord op de “waarom-vraag”. De visie geeft de samenhang weer van de dingen die we doen. Het bevordert de motivatie van alle betrokkenen. Het biedt de kaders voor eigen initiatief en geeft richting aan ons leren. Iedereen geeft een persoonlijke invulling aan die visie.
3.1. Algemene missie openbaar onderwijs Nieuwegein/IJsselstein
“Wij willen dat kinderen slagen voor het leven en niet alleen voor de toets”.
Ontwikkelingen in onze wereld zijn interdisciplinair, met elkaar verbonden, complex en dynamisch. Wij willen kinderen vaardigheden leren om deze ontwikkelingen te kunnen volgen en er zelf nu en in de toekomst actief vorm aan te geven. Dit doen wij door kinderen in een veilige omgeving de mogelijkheid te bieden om vanuit grote betrokkenheid te leren. Wij bieden boeiend onderwijs in deze tijd voor een toekomstig leven dat de moeite waard is voor elk individueel mens en bijdraagt aan een duurzame samenleving voor zowel de huidige als toekomstige generaties.
Voor kinderen betekent dit: Onze wereld is altijd in beweging, soms spannend, vaak interessant en af en toe ingewikkeld. En jij groeit daarin op met al je vragen en talenten. Op onze scholen is iedereen welkom om op een boeiende manier te leren een plekje in deze wereld te vinden. Dit doen we samen met ouders en leerkrachten in een veilige omgeving. We zoeken steeds naar nieuwe, leuke manieren van leren denken, kijken, luisteren en voelen. Zodat je straks klaar bent voor die grote wereld en er een bijdrage aan kunt leveren! Belangrijk: Nu en later, jij, boeiend, veilig, nieuw.
3.1. 1. De missie van de school
“De Trekvogel” is een openbare school voor kinderen van 4 t/m 12 jaar. Wij staan open voor iedereen, met respect voor ieders culturele en levensbeschouwelijke achtergrond. Het is onze taak om de mogelijkheden van kinderen op cognitief, sociaal-emotioneel en creatief gebied te ontwikkelen, zodat ze kunnen doorstromen naar een passende vorm van vervolgonderwijs. Bij de cognitieve ontwikkeling staan de vakken taal en rekenen centraal. Het benutten van de kwaliteiten van volwassenen en kinderen is het uitgangspunt van ons lesgeven. Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling vinden we het belangrijk dat kinderen op een prettige wijze met anderen leren omgaan en leren samenwerken. Ook willen wij kinderen leren om te gaan met problemen van nu en na te denken over de toekomst. Een onderdeel hiervan is kinderen leren te reflecteren en vandaar uit verder te werken aan de persoonlijke ontwikkeling. Zo proberen we bij te dragen aan het (mede) opvoeden van de kinderen tot volwaardige, zelfstandige, kritische, positief denkende en respectvolle wereldburgers, die een actieve bijdrage kunnen en willen leveren aan een duurzame samenleving.
3.1.2 Slogans en kernwaarden
“De Trekvogel” is een school met duidelijk motto: “De Trekvogel op zijn best, de Trekvogel op zijn nest”. De school streeft er naar de kinderen zo goed mogelijk onderwijs te bieden (“De Trekvogel op zijn best”). Hiervoor zijn o.i. de volgende zaken noodzakelijk: een goed team, goede materialen en methodes, een goed onderwijssysteem, goede kinderenzorg en duidelijkheid voor alle partijen. De school streeft er naar de kinderen iets te leren in een prettig schoolklimaat (“De Trekvogel op zijn nest”). De school moet het gebouw zijn waar je naar toe wilt en niet waar je naar toe moet. Hiervoor worden binnen en buiten het programma verschillende activiteiten georganiseerd voor kinderen en ouders.
“De Trekvogel” is een openbare school
De school geeft actief vorm aan de wezenskenmerken, die in de onderwijswetgeving vastliggen:
“De Trekvogel” is een kindgerichte school
“De Trekvogel” is een school met een duidelijke organisatie en een leeromgeving waar veiligheid, rust en structuur nagestreefd wordt.
Een school waar de door het ministerie vastgestelde kerndoelen in alle vakgebieden verantwoord worden aangeboden.Een school waar een doorgaande lijn in het onderwijsaanbod van groep 1 tot en met groep 8 is gewaarborgd.
“De Trekvogel” is een school die actief samenwerkt met externe instanties.
“De Trekvogel” is een school die rekening wil houden met externe ontwikkelingen.
“De Trekvogel” is een school, die vanuit transparantie continu streeft naar verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.
3.1.3. Missie / Visiebeleid
Onze missie, visie, slogans en kernwaarden komen regelmatig aan de orde op de verschillende vergaderingen in onze school. Daarnaast zijn ze te lezen op onze website en zijn ze opgenomen in de schoolgids.
3.2. De visie van de school
3.2.1 Algemene visie openbaar onderwijs Nieuwegein/IJsselstein
We leven in een wereld waarin we steeds meer onderling van elkaar afhankelijk zijn. Afstanden bestaan, onder andere door onze vervoers- en communicatiemogelijkheden, eigenlijk niet meer. We zien dat wat aan de andere kant van onze wereld gebeurt, invloed heeft op ons deel van de planeet. Onze kinderen zijn wereldburgers, die leven in een complexe, onderling verbonden, snel veranderende, turbulente wereld. Wat hebben deze kinderen nodig om in deze complexe samenleving van de toekomst gelukkig te zijn? Welk gedrag, kennis en vaardigheden willen wij, school, ouders en gemeenschap onze kinderen leren om hen in staat te stellen verantwoordelijke, participerende wereldburgers te worden?
Onderwijs van de 19-de en 20-ste eeuw was onderwijs gebaseerd op het leren van die vaardigheden die volwassenen nodig hadden om te kunnen functioneren in het industriële tijdperk. Onderwijs van de 21-ste eeuw zal onderwijs moeten zijn gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn in een kennismaatschappij, in een maatschappij waarvan we voor het eerst in het menselijk bestaan niet weten hoe hij er over 15 of 20 jaar uit zal zien!
Uit hersenonderzoek (Fogarty, 1999) blijkt dat het bij het leren van welke vaardigheden dan ook, van groot belang is dat kinderen innerlijk betrokken zijn bij wat ze leren (leren met hart en ziel), samenhangen kunnen zien, interactief met en van elkaar leren en zelf als lerende een actieve rol hebben. In de alledaagse praktijk betekent dit een verschuiving van bijvoorbeeld zinvol leren naar betekenisvol leren, van op zoek gaan naar wat je nog niet kan naar op zoek gaan naar waar je goed in bent, van de leraar die vooral instructeur is en de lesinhoud bepaalt naar de leraar die het leerproces stimuleert en coach, expert, adviseur en instructeur is. Van luisteren naar doen/ ervaren, van lezen naar ook gebruik maken van beelden (woordspinnen, mindmaps, enz.) Het betekent een verschuiving van de leerling, de klas, de school die hoofdzakelijk leert van de meester of de juf naar de actief lerende leerling, klas, school en omgeving. Wij blijven zoeken naar mogelijkheden om ons onderwijs aan te laten sluiten bij de behoeften van de kinderen, de ouders, de leraren en van de samenleving.
Zo leren wij onze kinderen dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun leerproces en dat wij uitgaan van hun mogelijkheden (competentiegericht leren). Wij bereiden hen voor op een leven lang leren, op het belang van een duurzame ontwikkeling van hen zelf en zo van de wereld om hen heen.
In alle scholen van de stichting ROBIJN is de onderstaande mindmap “Boeiend onderwijs” uitgangspunt bij de keuzes die gemaakt worden in het kader van onderwijskundige ontwikkelingen de komende jaren. Ook de scholing wordt daar uiteraard op afgestemd.
Wij hechten er belang aan dat kinderen met plezier naar school gaan, dat ze zich veilig en competent voelen in een prettige omgeving. Dat is een goede basis voor het leren! Kinderen moeten zichzelf kunnen herkennen in het onderwijs dat wij bieden. Wij vinden het belangrijk dat kinderen opdrachten zelfstandig kunnen verwerken en proberen dat ook te stimuleren. Daarnaast zijn in het dagelijkse leven “communiceren” en “samenwerken” belangrijke vaardigheden. Net zoals reflecteren. Informatie-uitwisseling is belangrijk om in onze huidige maatschappij goed te kunnen functioneren.
We denken hierbij aan:
Het lesgeven is de kern van ons werk. We gebruiken pedagogisch en didactische vaardigheden om de sociaal-,emotionele, cognitieve en creatieve ontwikkeling bij kinderen te stimuleren. Van belang daarbij is: oog hebben voor het individu, een open houding, wederzijds respect en een goede relatie waarin het kind zich gewaardeerd voelt. Binnen ons lesgeven vinden wij de onderstaande uitgangspunten van groot belang:
Op onze school wordt het onderwijs zo adaptief mogelijk gegeven. Hieronder verstaan wij: onderwijs waarbij rekening gehouden wordt met de verschillen tussen de kinderen en de betrokkenheid van kinderen bij het leren door afwisseling, prikkeling en stimulering. We vinden met name de kernwoorden “relatie”, “autonomie“ en “competentie” van belang. We hechten aan een goede relatie met de kinderen, zo ook tussen de kinderen onderling. Wij vinden zelfstandigheid belangrijk en richten ons op wat het kind kan en proberen daar bij aan te sluiten. Met betrekking tot adaptief onderwijs hebben we de volgende keuzes gemaakt:
Op “De Trekvogel” hebben we een duidelijke zorgstructuur. Om de zorg binnen onze school goed te organiseren wordt gewerkt met een “zorgteam”, waarin twee remedial teachers (RT-ers) en één Intern Begeleider (IB-er) werkzaam zijn. De IB-er coördineert alle kinderenzorg in de school als organisatie. Leerkrachten kunnen bij het zorgteam terecht voor hulp bij de uitvoering van alle zorgtaken, hulp voor onderzoek, ondersteuning voor het opstellen van handelingsplannen e.d. Ook kunnen hierbij verschillende externe instanties als bijv. de schoolbegeleidingsdienst worden ingeschakeld. Tevens biedt de Trekvogel de mogelijkheid aan kinderen om op school logopedie en/of Cesartherapie te volgen.
De groepsleerkracht blijft eindverantwoordelijk voor de zorgverbreding in de eigen groep. De zorg richt zich zowel op het verbeteren van de leerprestaties als op problemen op sociaal-emotioneel gebied. Om goed zicht te krijgen op zorg- een aandachtskinderen gebruikt de school methodegebonden toetsen, CITO-toetsen, AVI-toetsen en het zelf ontwikkelde TOVK (Trekvogel observatiesysteem voor kleuters). De Cito-scores zijn indicatief; ook aan andere aspecten van het kind besteden we aandacht. In principe krijgen alle kinderen met een D en E-score een handelingsplan, een structurele pre-teaching en/of verlengde instructie. Hulp aan kinderen wordt in en/of buiten de groep gegeven.
Om de kwaliteit van de zorg te waarborgen maken we van de volgende zaken gebruik:
Het is voor de kwaliteit van de school van belang, dat de werknemers niet alleen beschikken over lesgevende capaciteiten, maar ook in samenwerking met elkaar (team, ouders en kinderen) bereid zijn een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de school. Vanuit een basis van interesse, plezier in het vak en vertrouwen in elkaar, geven wij samen inhoud aan het onderwijs op onze school. Op “De Trekvogel” wordt veel waarde gehecht aan de professionele instelling en beroepshouding van de werknemers; het team staat open voor nieuwe ontwikkelingen en leerkrachten zijn gemotiveerd om zowel individueel als in teamverband (na) scholings-cursussen te volgen. Ook zijn zij bereid bijdragen aan studiedagen te leveren. Zowel in BKB verband als op “De Trekvogel” zelf.
Uitgangspunt vormt dat alle werknemers:
Onze school wordt geleid door de directeur, die daarbij samenwerkt met de clusterdirecteur en de twee bouwcoördinatoren. Zij gezamenlijk vormen het SMT (schoolmanagementteam). Kernwoorden bij het leiding geven zijn: organiseren, faciliteren, plannen en ontwikkelen, controleren, coachen en voorleven. De directie is zich bewust van de voorleeffunctie die zij heeft wat betreft visie en missie. Zij stemt hier haar ontwikkeling en scholing op af. Daarnaast is het van belang dat de leidinggevenden vertrouwen geven aan de leerkracht en vertrouwen hebben in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de leerkracht. Het is van belang, dat alles op rolletjes loopt, dat de leraren voldoende tijd en middelen hebben om hun werk goed te doen en dat de medewerkers zichzelf blijven ontwikkelen. Het best SMT bereidt beleid voor, dat wordt voorgelegd aan het team en de MR. In principe worden besluiten op basis van consensus in de teamvergadering genomen.
Samenvattend:
3.2.3.1 Onderwijskundig concept
Onze school heeft een aantal principes vastgesteld voor kwalitatief goed onderwijs. We zoeken hierbij naar een goede balans tussen de aandacht voor de cognitieve-, de sociaal- emotionele- en de creatieve ontwikkeling van de kinderen.
Van belang zijn de volgende aspecten:
We streven ernaar om het onderwijs zo effectief mogelijk te laten verlopen.
Kernpunten zijn:
3.3 Levensbeschouwelijke identiteit Visie “de Trekvogel” is een openbare school. Dit betekent dat de school open staat voor iedereen met respect voor iedere culturele en levensbeschouwelijke achtergrond. Het respectvol omgaan met elkaar is uitgangspunt voor team, kinderen en ouders. Wij hechten veel waarde aan het kennismaken met verschillende culturen en levensbeschouwingen op onze school en in de samenleving. Kinderen groeien op in een pluriforme samenleving, ons onderwijs is gericht op het bevorderen van actief burgerschap en integratie. Dit komt tot uiting in:
3.4 Leerstofaanbod en Toetsinstrumenten
Visie “De Trekvogel” wil bereiken dat ieder kind via een ononderbroken leer- en ontwikkelingsproces die kennis en vaardigheden kan verwerven die het nodig heeft om een zelfstandig, sociaal, kritisch, denkend mens te worden vol zelfvertrouwen in een multiculturele, duurzame samenleving. Op onze school gebruiken we eigentijdse, realistische methodes. Deze methodes voldoen aan de wettelijk verplichte kerndoelen. Voor de toetsing van de leerstof maken we gebruik van methodeonafhankelijke en methodegebonden toetsen. Ten aanzien van het leerstofaanbod hebben we de volgende afspraken opgesteld:
Beoordeling: Het werken met de methodes en de daarbij behorende afspraken wordt jaarlijks geëvalueerd en beoordeeld door de directie en het team. Leerstofaanbod is tevens een onderdeel dat wordt beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. In het kwaliteitsprofiel van de school en het plan van aanpak per schooljaar wordt het kwaliteitsbeleid in beeld gebracht door het in kaart brengen van verbeterdoelen per beleidsterrein. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op leerstofaanbod en het gebruik van instrumenten en procedures voor het volgen van de prestaties en ontwikkeling van kinderen geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “aanbod” ouders en personeel meer tevreden zijn dan de kinderen.
Verbeterpunten:
Schema Vakken – Methodes – Toetsinstrumenten
Schema Overzicht m.b.t. methodevervanging
3.5 Taalbeleid
Visie Binnen onze school streven we ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium geconstateerde taalachterstanden bij alle kinderen effectief te bestrijden. Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling Het werken met de taalmethodes en de daarbij behorende afspraken wordt jaarlijks geëvalueerd en beoordeeld door de directie en het team. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op taalbeleid) geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 zijn ingevuld, is gebleken dat onder het item “taalleesonderwijs” het personeel over het algemeen tevreden is.
Verbeterpunten Onze huidige technisch leesmethode voldoet volledig aan de kerndoelen en het visiebeleid. Uit de vragenlijsten van de WMK-PO en uit de jaarlijkse evaluatievergadering is gekomen dat:
3.6 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Visie Als gevolg van allerlei maatschappelijke invloeden krijgen we steeds meer te maken met sociaal-emotionele en/of gedragsproblemen. Binnen onze school is er ruimte en aandacht om met deze problematiek om te kunnen gaan. Een goede sfeer binnen onze school vinden we van wezenlijk belang. De school zet verschillende middelen en manieren in om de sociaal-emotionele ontwikkeling te stimuleren: iedere groep beschikt over een “omgangsprotocol”, een maandposter van www.kidstegengeweld.nl en positief opgestelde schoolregels. Dus in plaats van “hier schreeuwen wij niet op de gang”” zeggen we: “Wij praten zachtjes op de gang”. Algehele regel voor de school is: “ Op de Trekvogel mag iedereen zichzelf zijn, met respect voor elkaar”. We zijn op “De Trekvogel” begonnen met het invoeren van oplossingsgericht werken. Belangrijk hierbij is dat wij ook bij gedrag gaan kijken naar wat een leerling goed doet en daar op reageren. Ook op het gebied van pedagogisch klimaat hebben onze leerkrachten maar ook onze kinderen verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van elkaar en de anderen in de school. Door het oplossingsgericht werken in te voeren zijn alle geledingen actief bezig met het pedagogisch klimaat van “De Trekvogel”.
Periodiek wordt meegedaan aan projecten van de GGD (bijv. schoolkracht). Door een duidelijk beleid op het gebied van gedragsregels, afspraken en omgangs-vormen hopen wij dat zowel kinderen als leerkrachten op een verantwoorde, effectieve en prettige wijze om kunnen gaan met sociale- en emotionele vaardigheden. Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling: Het werken met materialen en projecten ter bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling en de daarbij behorende afspraken en het opstellen van groepsplannen, worden jaarlijks geëvalueerd en beoordeeld door de directie en het team. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op pedagogisch handelen, sfeer op school en begeleiding van de sociaal-emotionele ontwikkeling geëvalueerd. Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “pedagogisch handelen” alle drie de geledingen tevreden zijn.
Verbeterpunten:
3.7 Actief Burgerschap en sociale integratie
Visie Onze school heeft als centraal doel kinderen op te voeden tot democratische burgers. De rol van ons team is hierbij van cruciaal belang. Het is onze opdracht “het actief burgerschap en de sociale integratie” van kinderen te bevorderen. Door het werken van tolerantie, respect en luisteren naar elkaar, creëren we veiligheid en begrip voor elkaar. Uitgangspunt is hierbij: Ik ben oké maar anders is ook oké.+ De situatie van de kinderen, de wensen van de ouders/verzorgers, de omgeving en de missie van de school spelen hierbij een rol.
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Kinderen op onze school leren:
Op school besteden wij aandacht aan de volgende basiswaarden: vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en afwijzing van discriminatie en onverdraagzaamheid. Deze gemeenschappelijke waarden willen wij overdragen aan de kinderen. Zij vormen de basis die mensen en groepen verbindt zodat het mogelijk is ondanks onderlinge verschillen in harmonie samen te leven. De school biedt een leer- en werkomgeving waarin burgerschap en integratie zichtbaar is, brengt die zelf in de praktijk en biedt kinderen mogelijkheden om daarmee te oefenen. Binnen ons aanbod staan de volgende drie domeinen centraal: democratie, participatie en identiteit.
Beoordeling: We zijn begonnen met het inventariseren en analyseren wat we aan actief burgerschap en integratie doen. Door de kwaliteitskaarten WMK-PO en de jaarevaluaties krijgen we inzicht in de mate waarin de doelen gerealiseerd worden. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op burgerschap en integratie geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “ Actief burgerschap en sociale integratie” veel onbewust activiteiten geformaliseerd en geoptimaliseerd moeten worden.
Verbeterpunten:
Visie Het gebruik van de computer heeft een vaste plaats binnen het onderwijs gekregen op methodeondersteunend- en administratief gebied. Bij het aanbieden van extra leer -en oefenstof, als informatie - en communicatiemiddel, bij verwerking van gegevens voor het leerlingvolgsysteem en t.b.v. de schooladministratie. Alle leerkrachten op “De Trekvogel” zijn bekwaam in het invoeren van gegevens voor het “CITO-LVS” en “Kijk op sociale competentie”. Op onze eigen website staat informatie over de school en verschillende schoolactiviteiten. In iedere groep is de computer als een geïntegreerd onderwijsondersteunend middel in gebruik. Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van een kleine computerruimte in de hal boven. Kinderen van de bovenbouw gebruiken de computer ook steeds meer als middel voor de presentaties bij wereldoriëntatie (meervoudige intelligentie). De school beschikt over ca. 30 computers. Behalve computers beschikken wij op school over vijf digitale schoolborden. Steeds meer maken kinderen uit voornamelijk de bovenbouw gebruik van deze borden bij presentaties zoal bijvoorbeeld spreekbeurten.
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling: Het werken met ICT en de daarbij behorende afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en beoordeeld door de directie en het team. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op pedagogisch handelen, sfeer op school en begeleiding van de sociaal-emotionele ontwikkeling geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld en uit het ouderpanel van april 2008 is gebleken dat onder het item “Beleidsterrein ICT” alle drie de geledingen niet geheel tevreden zijn.
Verbeterpunten:
Inleiding In het schooljaar 2006-2007 is door deskundige leerkrachten van diverse scholen in IJsselstein een bovenschools cultuureducatieplan geschreven. Dit plan is geschreven voor alle openbare basisscholen in IJsselstein. Met dit plan als gemeenschappelijk kader, ontwikkelen scholen in het schooljaar 2007-2008 hun deel voor het schoolplan 2008-2012. Het voorbereidende werk wordt gedaan door het cultuurnetwerk, een groep die bestaat uit de cultuurcoördinatoren van de verschillende scholen. Zij doen dit onder begeleiding van de daarvoor gefaciliteerde bovenschoolse cultuur-coördinator van Kunst Centraal. Zoals bij alle onderdelen van het schoolplan wordt ook het onderdeel cultuureducatie op elke school door het team gedragen. Het team wordt middels teamvergaderingen meegenomen in het hele proces. Het beleidsplan bestaat uit een omschrijving van cultuureducatie met daaraan gekoppeld de visie en de missie. Aan de hand van de kerndoelen en het al bestaande projectrooster van Kunst Centraal, vormen wij ons plan van aanpak. Hierin staat beschreven wat wij als school de komende vier jaar willen verdiepen, verbreden of ontwikkelen.
Wat verstaan wij onder cultuureducatie Cultuureducatie omvat zowel kunsteducatie als cultureel-erfgoededucatie en media-educatie. Het gaat hier om alle educatieve activiteiten die beogen niet alleen de kinderen maar ook de leerkrachten in contact te brengen met cultuuruitingen in actieve, receptieve dan wel reflectieve vorm.
Onder kunsteducatie verstaan wij alle professionele- en amateuruitingen van beeldende vorming (handvaardigheid en tekenen), audiovisuele vorming (film, foto, video), muziek, theater (drama, het maken van theater en theaterbezoek), dans en literatuur.
Cultureel erfgoed zijn alle sporen uit het verleden (zowel materieel als immaterieel) die een samenleving de moeite waard vindt om te bewaren.
Middels media-cultuureducatie hopen wij onze kinderen bewust en selectief om te leren gaan met de vele informatie en boodschappen, die zij ontvangen via kranten, radio en tv (klassieke massamedia) het internet en computers(nieuwe media).
Missie cultuureducatie Wij willen kinderen in aanraking brengen met verschillende vormen van kunst- en cultuuruitingen, hen onbevooroordeeld leren kijken en luisteren en zo de schoonheid in kunst- en cultuuruitingen leren ontdekken. Wij willen kinderen gelegenheid bieden en voorwaarden scheppen, zodat zij hun talenten ook op dit gebied kunnen ontdekken en kunnen ontwikkelen.
Visie cultuureducatie In hoofdstuk 3 van het schoolplan 2008-2012 staat de visie op onderwijs voor alle openbare scholen in Nieuwegein en IJsselstein beschreven. Kern daarvan is dat wij kinderen in onze snel veranderende en complexe wereld vaardigheden willen leren die hen in staat stellen deze ontwikkelingen te volgen en er zelf actief, nu en in de toekomst aan deel te nemen. Dit doen wij door kinderen in een veilige omgeving de mogelijkheid te bieden vanuit grote betrokkenheid te leren. We bieden boeiend en betekenisvol onderwijs in deze tijd voor een toekomstig leven dat de moeite waard is voor elk individueel mens. In dit kader past ook cultuureducatie. Immers, cultuureducatie laat kinderen kennis maken met allerlei kunst- en cultuuruitingen en ontwikkelt hun gevoel voor de diverse aspecten van cultuureducatie. Bovendien leert het kind hoe dingen gemaakt worden en vanuit welke beleving ze ontstaan. Hierdoor leren en kunnen ze respectvoller met de wereld om zich heen omgaan.
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
- Kunst- en cultuurmenu wordt bovenschools afgenomen vanuit het aanbod van Kunst Centraal. - Cultureel erfgoed wordt een onderdeel van dit menu - Onderwijs in beeldende vorming, muziek, literatuur, audio visuele vorming, dans, theater en media-cultuureducatie, wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in andere vakken - Jaarlijks wordt schoolbreed een extra kunstproject uitgevoerd. - Naast het structurele programma, zijn er ook incidentele activiteiten als bijv. een excursie naar een museum, enz.
Beoordeling: Het werken aan cultuureducatie en de daarbij behorende afspraken worden jaarlijks geëvalueerd op activiteit en niet op beleid. Over het algemeen is men tevreden over het aanbod.
Verbeterpunten:
3.10 Techniek
Visie: Kinderen vinden het leuk om uitdagend om aan techniek te werken. Techniek past in de visie van de school waarbij kennis moet worden gekoppeld aan vaardigheden. Boeiend en uitdagend onderwijs zorgt ervoor dat het maximale uit kinderen wordt gehaald. De directie volgt en stimuleert de techniekactiviteiten. Techniek is een belangrijk onderdeel van de maatschappij (in persoonlijk opzicht, maar ook in veel beroepsprofielen) en de school wil een actieve bijdrage leveren aan het besef dat een flink aantal kinderen techniek aanspreekt en dat zij techniek ook zullen kiezen voor hun vervolgopleiding. Dit telt speciaal voor meisjes. Uit onderzoek is gebleken dat er anno 2008 nog steeds veel minder meisjes op deze vervolgopleidingen zijn. Binnen het bestuur wordt het beleid gericht op techniek gestimuleerd. De meeste scholen hebben op formeel vlak (bijv. studiedagen) en informeel vlak (collegiale consultatie) contact en overleg met andere scholen binnen het bestuur. Er wordt kinderen soms geleerd producten te ontwerpen en te maken (bijv. bij crea-knutselcircuit). We organiseren incidenteel excursies en soms maken we gebruik van een gastspreker. Techniek wordt gezien als een verrijking van ons onderwijs
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling: Uit de evaluaties en gesprekken met de diverse belanghebbenden van de school is gebleken dat kinderen techniek erg leuk vinden, maar dat het op onze school nog in de kinderschoenen staat.
Verbeterpunten:
3.11 Leertijd
Visie Op onze school willen we de leertijd effectief besteden, omdat we beseffen dat leertijd een belangrijke factor is voor het leren van onze kinderen. We proberen daarom verlies van leertijd te voorkomen. Ook willen we ze voldoende leertijd geven om zich het leerstofaanbod eigen te maken. In principe trachten we zo alle kinderen in acht jaar de einddoelen basisonderwijs te laten halen. In 2007 is de lestijd op woensdag voor alle groepen gelijkgetrokken. Hierdoor werd de lestijd voor de groepen 5 t/m 8 met een kwartier verkort en voor de groepen 1 t/m 4 met een half uur verlengd. Per saldo ontvangen de kinderen in hun basisschoolperiode 40 uur meer lestijd. Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling: De afspraken (doelen) worden jaarlijks beoordeeld door de directie en het team. Leertijd is tevens een onderdeel dat wordt beoordeeld door de Inspectie van het onderwijs.
Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht de leertijd geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “Tijd” alle drie de geledingen onze school positief beoordelen.
Verbeterpunten: Momenteel zijn er geen verbeterpunten
3.12 Pedagogisch Klimaat
Visie Naast cognitieve vaardigheden moeten kinderen voor hun verdere leven ook andere vaardigheden ontwikkelen. Relatie, competentie en autonomie staan centraal bij ons op school. Wij zetten ons in voor het versterken en verbeteren van het klimaat in de groep en op school. Wij vinden het belangrijk dat ieder kind erkend wordt in zijn of haar eigenheid en dat het kind zelfvertrouwen krijgt. Wij willen dat kinderen leren iets voor elkaar te betekenen en dat ze van elkaar leren. Net zoals wij willen dat kinderen zich veilig, prettig, welkom en ter zake doende voelen. Kortom op “De Trekvogel” willen we een klimaat waarin een ieder gewaardeerd en gerespecteerd wordt. Dat is waar wij voor staan!
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling De beoordeling van de afspraken (doelen) komt aan de orde bij de jaarlijkse klassenbezoeken in het kader van de gesprekkencyclus. In het POP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen/ontwikkelpunten aan. Door de vragenlijsten uit het WMK-PO, krijgen we inzicht in de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd worden. Formeel worden de afspraken jaarlijks beoordeeld door directie en team. Dit leidt tot een schoolontwikkelplan met verbeterdoelen die worden gerealiseerd en geëvalueerd. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op het pedagogische klimaat geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “Pedagogisch handelen” alle drie de geledingen tevreden zijn.
Verbeterpunten: De komende jaren willen we alle activiteiten, die te maken hebben met het pedagogisch klimaat nog meer op elkaar afstemmen. Ook willen we (nog) meer ervaring opdoen met de wijze waarop wij de mening en gevoelens van kinderen in beeld kunnen brengen en bespreekbaar kunnen maken. De volgende verbeterpunten gericht op het pedagogische klimaat en de ouder- en kindcontacten zijn opgenomen in de volgende beleidsvoornemens:
3.13 Didactisch handelen
Visie Op onze school streven de leraren ernaar op een effectieve wijze gestalte te geven aan boeiend onderwijs. In dit kader zijn wij van plan structureel coöperatief werken in te voeren. We proberen ook onderwijs op maat te geven door zoveel mogelijk te differentiëren bij de instructie (directe instructie) en de verwerking (zowel naar inhoud als naar tempo). Dit kan doordat wij werken met dag- en weektaken. Omdat we veel waarde hechten aan de zelfstandigheid van de kinderen gaan wij door met de leerlijn “zelfstandig werken”. Daarnaast vinden wij coöperatieve werkvormen van groot belang voor het actief samenwerken van kinderen.
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling De beoordeling van de afspraken (doelen) komt aan de orde bij de jaarlijkse klassenbezoeken in het kader van de gesprekkencyclus. In het POP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen/ontwikkelpunten aan. Formeel worden de afspraken jaarlijks beoordeeld door directie en team. Dit leidt tot een schoolontwikkelplan met verbeterdoelen die worden gerealiseerd en geëvalueerd. Door de vragenlijsten uit het WMK-PO, krijgen we inzicht in de mate waarin de doelstellingen gerealiseerd worden.
Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op het didactisch handelen, de afstemming van instructie en verwerking en de rol van de kinderen geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “Didactisch handelen” alle drie de geledingen over het algemeen tevreden zijn.
Verbeterpunten: De volgende verbeterpunten gericht op het didactisch handelen en de rol van de kinderen bij hun leerproces zijn opgenomen in de onderstaande beleidsvoornemens:
3.14 Zorg en begeleiding
Visie
Op “De Trekvogel” hebben we een duidelijke zorgstructuur. Daar waar nodig volgt extra zorg en begeleiding. Deze zorg kan gericht zijn op kinderen die wat meer of minder kunnen, maar ook op kinderen die op sociaal-emotioneel gebied extra ondersteuning nodig hebben. Om het ontwikkelingsproces te volgen, hanteren we een leerlingvolgsysteem voor groep 1 t/m 8, zowel op cognitief als op sociaal emotioneel niveau.
Wij hebben hierbij de volgende afspraken:
Beoordeling De beoordeling van de afspraken (doelen) komt aan de orde bij de jaarlijkse klassenbezoeken in het kader van de gesprekkencyclus. In het POP geeft de leraar haar/zijn verbeterdoelen aan. Formeel worden de afspraken jaarlijks beoordeeld door directie en team. Het kwaliteitsinstrument de Zorgmeter zal tevens gebruikt worden in het kader van de kwaliteitsbewaking binnen het samenwerkingsverband. Dit instrument wordt één keer per twee jaar afgenomen en geëvalueerd. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op de zorg geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “Zorg en begeleiding” er wisselend gescoord wordt.
Verbeterpunten: We hebben in de loop van de tijd gemerkt dat, mede als gevolg van allerlei maatschappelijke invloeden, sociaal-emotionele, gedrags- en/of ouderproblematiek zich steeds meer gaat aftekenen. Gekeken zal moeten worden hoe wij ons in de zorg gericht op “signalering” nog meer kunnen ontwikkelen richting “afstemming”.
De volgende verbeterpunten, gericht op de zorg voor kinderen, zijn opgenomen in de onderstaande beleidsvoornemens:
Leerling-gebonden financiering (bron: RPCZ)
Op basis van de nieuwe wettelijke regeling, ‘leerling-gebonden financiering’ kunnen kinderen met een handicap in het basisonderwijs geplaatst worden. Wij zien deze regeling als kans om de integratie van gehandicapte kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs te verbeteren. Een speciale commissie toetst of een kind in aanmerking komt voor een speciaal budget waarmee plaatsing kan worden gerealiseerd. Momenteel zijn er bij ons 3 kinderen met een leerling-gebonden financiering op school. Wanneer wij kinderen met lichamelijke of zintuiglijke handicaps op school krijgen, wordt het beleid voor deze kinderen afgestemd op de zorgverlening die al aanwezig is. Ook wordt gekeken in hoeverre de onderwijskundige voorwaarden om het kind met een handicap op te vangen, goed in beeld gebracht zijn. Waar nodig worden acties ondernomen. Ook kan eventuele ambulante begeleiding vanuit speciale scholen voor deze specifieke handicaps georganiseerd worden.
De afspraken en uitgangspunten wat betreft aanname van kinderen met een handicap op onze school is opgenomen in het beleidsdocument “Met de rugzak naar school”. Dit document is op school in te zien.
Beleid m.b.t. langdurig zieken (bron: RPCZ)
Sinds de wetswijziging van 1 augustus 1999, waarin werd vastgelegd dat de school verantwoordelijk is voor langdurig zieke kinderen, zijn er bij de schoolbegeleidingsdienst gespecialiseerde consulenten in dienst getreden. Zij hebben als taak om zowel de leerkracht als de leerling te begeleiden in het veranderde leerproces. Aanmelding voor begeleiding aan een kind verloopt via de leerkracht; aanmeldingsformulieren zijn op school aanwezig.
Wanneer er sprake is van langdurige ziekte, wordt passend in de zorgprocedure vastgesteld wie de contacten met het kind en de ouders onderhoudt, wie het besluit neemt tot inschakelen van externe hulp en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van het plan.
3.14.1 Een jaar overdoen en versneld doorgaan
Uitgangspunten
Op “De Trekvogel” stellen we het lerende kind centraal en niet het systeem dat binnen een bepaalde tijd de leerstof beheerst moet worden. Dat betekent dat het kind samen met zijn leeftijdgenootjes een groep vormt en de leerstof wordt aangepast aan de groep en/of het individuele kind. Vanuit het uitgangspunt, dat een kind er niets aan kan doen, dat het leren (nog) niet zo goed lukt en zittenblijven een sterk negatieve lading heeft, spreken we over “een jaar overdoen”. Vertragen en versnellen kunnen een forse impact op een kind hebben, waardoor we dit alleen in uitzonderlijke situaties doen.
Uitgangspunten voor een jaar overdoen
Bij de beslissing om een leerling een jaar over te laten doen, spelen verschillende factoren een rol. Globaal kunnen we onderscheiden:
Een jaar overdoen is aan de orde als we de verwachting hebben dat er een duidelijke verbetering kan plaatsvinden.
Uitgangspunten voor versneld doorgaan
Met name in de kleutergroepen doet zich jaarlijks de vraag voor of kinderen versneld naar groep 3 kunnen gaan. Ook hier spelen verschillende factoren een rol. We noemen:
Versneld doorgaan is aan de orde als het voor de hele ontwikkeling van het kind beter is. In uitzonderingsgevallen kan zich dit ook in een hogere groep voordoen.
Procedure Indien een leerkracht en/of ouders/verzorgers menen dat het misschien beter is het kind een jaar over te laten doen of versneld door te laten gaan, worden bovenstaande factoren kritisch bekeken en besproken. Goed en tijdig informeren en overleggen met alle betrokkenen is essentieel om het hele proces goed en zorgvuldig te doorlopen. Dit houdt in dat leerkrachten altijd tijdig contact opnemen met het zorgteam zodat de te volgen procedure in gang gezet kan worden. Er is altijd overleg met IB-er, directie en ouders/verzorgers. Eventueel kan een leerling met behulp van de incidentmethode in bouw of team besproken worden. Na de toetsen voor de kleuters en de observatie door middel van het TOVK in het voorjaar, wordt nader bekeken welke (oudste) kleuters eventueel nog een extra kleuterjaar nodig hebben en welke (jongste) kleuters eventueel versneld door zouden kunnen gaan. Voor de groepen 3 t/m 7 is het moment na de tweede toetsronde in februari. Vanaf dat moment wordt ook extern, dus met ouders, gecommuniceerd. Bovendien wordt dan de volgende vraag gesteld: “Wat is er nog nodig om in mei/ juni een definitief besluit te kunnen nemen?” Te denken valt hierbij aan bv. extra ondersteuning, gericht oefenen en observeren. Dan kan er een periode volgen waarin het kind wordt voorbereid op het overdoen of het versneld doorgaan. Bij kinderen vanaf groep 3 is het ook belangrijk dat de groep op een goede manier geïnformeerd wordt. Dit gebeurt altijd in goed overleg met de ouders, het kind en de school. De inbreng van de ouders/verzorgers in dit traject is belangrijk. Doel is met elkaar te komen tot een besluit dat volledig recht doet aan het kind. De uiteindelijke beslissing van overdoen of versneld doorgaan wordt door de school genomen en in laatste instantie door de schoolleiding.
3.15 Opbrengsten (van het onderwijs) VisieOns onderwijs is geen vrijblijvende aangelegenheid. We achten het van belang, dat de kinderen presteren naar hun mogelijkheden en dat ze opbrengsten realiseren die leiden tot passend (en succesvol) vervolgonderwijs. Dit telt zowel voor de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling. Onze afspraken zijn:
Kengetallen:
CITO-eindtoets (IC-scores)
Beoordeling De beoordeling van de afspraken (doelen) komt twee keer per jaar aan de orde bij de besprekingen tussen de IB-er en de groepsleerkrachten over de CITO uitslagen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de groepsbesprekingsformulieren. Het kwaliteitsinstrument de Zorgmeter wordt gebruikt in het kader van de kwaliteitsbewaking binnen het samenwerkingsverband. Dit instrument wordt één keer per twee jaar afgenomen en geëvalueerd. Daarnaast wordt in het reguliere onderwijstoezicht het toezicht op de zorg geëvalueerd.
Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat onder het item “leeropbrengsten” er wisselend gescoord wordt.
Verbeterpunten:
3.16 Kengetallen: in- en doorstroom
Overzicht verlengde kleuterperiode
Overzicht van zittenblijvers
Overzicht van versnellers
Overzicht onderzoeken door externe deskundigen
3.17 Kengetallen: uitstroom Uitstroomgegevens schooljaar 2007-2008CITO-gegevens:Gegevens 2007-2008: Gemiddelde IC-score van de Trekvogel: 531,1
Adviezen
Gekozen scholen voor voortgezet onderwijs
Overzicht externe verwijzingen
Hoofdstuk 4 Integraal personeelsbeleid
De besturen van het openbaar onderwijs Nieuwegein-IJsselstein werken nauw met elkaar samen in het kader van de bestuurlijke krachtenbundeling. In de praktijk betekent dit dat de betrokken managementteams al nauw samenwerken, met regelmaat overleg hebben en het integraal personeelsbeleid op bovenschools niveau inhoud geven. Dit heeft geresulteerd in een Integraal Personeels Beleidsplan (IPB-plan) waarvan ons personeelsbeleid op school is afgeleid. De clusterdirecteur geeft op bovenschools niveau inhoud aan het personeelsbeleid, de locatiedirecteur op schoolniveau.
4.1. Organisatorische doelen
We hebben inzichtelijk hoe het personeelsbestand er (kwantitatief en kwalitatief) uit ziet, wat wenselijk is op een termijn van vier jaar en welke acties er ondernomen worden om het gewenste personeelsbestand dichterbij te brengen. De gewenste situatie is afgeleid van onze missie, visie(s) en afspraken. Wij verwijzen ook naar het meerjaren-bestuursformatieplan.
* Op dit moment zit de school in een dalende tendens. We gaan er alles aan doen om hier verandering in aan te brengen. ** We realiseren ons dat de verhouding man/vrouw en parttimer/fulltimer niet in balans is. In de komende jaren zullen we, daar waar mogelijk, hier een betere verdeling in proberen aan te brengen.
De consequenties van onze organisatorische doelen zijn opgenomen in ons Plan van Aanpak (2008-2012) en komen standaard aan de orde bij de POP-gesprekken en in de functioneringsgesprekken die de directeur en bouwcoördinatoren hebben met alle personeelsleden volgens de afgesproken gesprekkencyclus.
4.2. De schoolleiding
Visie: Goed onderwijs is het best gediend met sterke directies op de individuele scholen! De nieuw te vormen stichting “ROBIJN” heeft gekozen voor een reorganisatie in de managementstructuur per 01-01-2008. Deze verandering zal de komende jaren verder gestalte krijgen. Er wordt gewerkt met schoolgebonden directeuren en bovenschoolse clusterdirecteuren. De clusterdirecteur is verantwoordelijk voor de bovenschoolse zaken, die een meerwaarde hebben voor de gehele organisatie. De directeur is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de eigen school: de dagelijkse gang van zaken en de onderwijskundige ontwikkeling.
Alle directeuren hebben deelgenomen aan een assessment. De daaruit voortkomende ontwikkelpunten worden meegenomen in hun (POP) Professioneel Ontwikkel Plan. Jaarlijks houdt het bestuur volgens de gesprekscyclus een POP-, een functionerings- of een beoordelingsgesprek met de clusterdirecteuren en de clusterdirecteur doet dit met de locatiedirecteur. Basis voor deze gesprekken vormen de competenties van de (cluster)directeur, het schoolplan en het schoolbeleidsplan. Om de kwaliteitszorg op alle scholen te bewaken, is er afgesproken op alle scholen te werken met het kwaliteitszorginstrument WMK-PO. In de gezamenlijke vergaderingen met alle directeuren en clusterdirecteuren worden afspraken en verbeterpunten ten behoeve van het Openbaar Onderwijs bewaakt door de coördinerend clusterdirecteur.
4.3. Integraal personeelsbeleid -professionalisering)
De clusterdirecteuren geven bovenschools inhoud aan de volgende onderdelen op het gebied van personeelsbeleid: formatie, personeel, financiën en communicatie. Het beleid staat beschreven in een bovenschools IPB-plan.
Het integraal personeelsbeleid van “De Trekvogel” is afgeleid van het IPB-plan en richt zich op de ontwikkeling van de medewerkers. De bedoelde ontwikkeling is gekoppeld aan de missie en de visie(s) van de school, en de beleidsvoornemens per beleidsterrein. Er zijn competenties vastgesteld op basis van de wet BIO. Onze school vindt de volgende competenties richtinggevend voor de ontwikkeling van de medewerkers. Deze competenties staan nader toegelicht in de documenten t.a.v. de beoordelingsgesprekken.
Om medewerkers in staat te stellen hun persoonlijke ontwikkeling verder vorm te geven en hen te kunnen laten groeien in hun competentieontwikkeling, maakt de directie gebruik van de volgende instrumenten: begeleidingsgesprekken met nieuwe leerkrachten, klassenbezoeken, functioneringsgesprekken, POP-gesprekken, beoordelingsgesprekken, na- en bijscholingsplan (op leerkracht- en teamniveau) en de WMK-leerkrachtenvragenlijst. In alle instrumenten staan het functioneren van de leerkracht en de voor de taak of functie noodzakelijke competenties c.q. criteria centraal.
In de stichting ROBIJN worden de contacten met het Instituut Theo Thijssen versterkt. In de praktijk houdt dit in, dat wij ons als samenwerkingsverband garant stellen voor een minimum aantal stagiaires, verdeeld over alle opleidingsjaren. In eerste instantie gaan wij uit van minimaal 15 (is gemiddeld één per locatie). De scholen zorgen allemaal voor tenminste één interne stagecoördinator. Daarnaast wordt er op iedere school binnen de stichting een opleidingsleerkracht geschoold. Studenten die daarvoor in aanmerking komen, kunnen instappen in het project: “Opleiden in de school” of “academische lerarenopleiding primair onderwijs (ALPO)”. Het doel is tweeledig: studenten weten dat zij op een school (of meerdere scholen) ervaring op kunnen doen en dat zij goed begeleid zullen worden en scholen kunnen tijdig goede studenten in hun “kweekvijver” plaatsen, zodat zij in voorkomende gevallen goed opgeleide studenten aan kunnen nemen, die makkelijker kunnen instromen, omdat de scholen en zij elkaar wederzijds al kennen. In de stichting is een bovenschoolse stagecoördinator aangesteld. Zij verzorgt de rechtstreekse contacten met het opleidingsinstituut, houdt overzicht over de studenten en coördineert de plaatsingen. Ook zal bekeken worden in hoeverre er meer supervisoren op de diverse scholen kunnen worden aangesteld.
4.3.2. Werving , selectie en benoeming
We gaan bij een vacature uit van “het draaiboek ten behoeve van werving, selectie en benoeming van directieleden en leerkrachten”. In dit draaiboek staan o.a. de afspraken met betrekking tot de melding van de vacature, de selectie- en sollicitatieprocedure en de benoeming vermeld. Bij een sollicitatiegesprek op directieniveau wordt een assessment meegenomen in de procedure, bij een sollicitatiegesprek op leerkrachtenniveau vormen de criteria van de school en de competenties van de kandidaat het uitgangspunt.
De stichting gaat uit van een mobiliteitsplan. Jaarlijks worden op iedere school de wensen van de individuele teamleden voor het komende schooljaar geïnventariseerd m.b.t. de werkplek op de eigen school en eventuele wensen om onder hetzelfde bestuur op termijn op een andere school werkzaam te zijn. De werkgroep Formatie coördineert de bovenschoolse wensen en probeert deze te matchen met de vacatures die er op scholen ontstaan
Nieuwe leraren krijgen begeleiding van een daarvoor aangewezen collega. De nieuwe collega wordt stap voor stap op de hoogte gesteld van de missie, de visies, de afspraken (klassenmanagement) en de organisatie van de school. Nieuwe leraren ontwikkelen een POP, dat zich richt op het leren beheersen van de competenties en bijbehorende taak- en functioneringsaspecten. In het eerste jaar heeft een nieuw personeelslid ook een functioneringsgesprek en (indien noodzakelijk voor een vast dienstverband) een beoordelingsgesprek. De schoolleiding heeft een actieve rol bij de begeleiding van nieuwe leerkrachten: klassenbezoeken, demonstratie van vaardigheden, veel tussentijdse contact.
Op onze school wordt gewerkt met een taakbeleid en de daaraan gekoppelde taakberekeningen. Op basis van de werktijdsfactor wordt jaarlijks een zo evenwichtig mogelijke taakverdeling opgesteld en vastgelegd in de normjaartaakberekening. Deze normjaartaakberekening wordt jaarlijks besproken tijdens het gesprek zoals afgesproken in de gesprekkencyclus.
Binnen de school bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van collegiale consultatie. Personeelsleden ondersteunen ervaren en minder ervaren collegae bij hun onderwijs- en onderwijsinstellingstaken. Ook kunnen personeelsleden gecoacht worden in hun persoonlijke ontwikkeling. Hiervoor is een opgeleide coach op school. Tijdens vergaderingen en/of in de gesprekken die plaatsvinden in het kader van de gesprekkencyclus, kunnen personeelsleden die behoefte hebben aan collegiale consultatie dit kenbaar maken. Tevens kent de school zogenaamde intervisievergaderingen. Vier keer per jaar vindt er in groepen van vier à zes mensen intervisie plaats. Dit richt zich met name op het handelen en de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. Daarnaast is er vier keer per jaar sprake van een leerlingbespreking volgens de “incident methode”. Ook dit is een vorm van collegiale consultatie, die met name gaat over problemen op sociaal emotioneel gebied en op het gebied van de werkhouding van een leerling. Hoe kun je daar als leerkracht mee aan de slag? We gaan ervan uit dat ook de problemen van de kinderen de zorg van de leerkracht zijn.
De directie legt jaarlijks bij ieder teamlid tenminste één klassenbezoek af. Bij het klassenbezoek worden –in overleg- criteria die afkomstig zijn van de competentieset geobserveerd. Daarnaast wordt bekeken of de leraar op een correcte wijze uitvoering geeft aan de gemaakte persoonlijke ontwikkelplannen. Na afloop van het klassenbezoek volgt standaard een functionerings-, beoordelings- of POP-gesprek..
Het doel van een POP is het verbeteren van de prestaties van de personeelsleden en daarmee ook de prestatie van de organisatie. Het is de bedoeling dat individuele en organisatorische doelen en competenties zó op elkaar afgestemd worden dat “De Trekvogel” een “lerende organisatie” is en blijft. Ieder teamlid stelt in overleg met de directeur in principe voor de komende vier jaar een professioneel ontwikkelplan op. Na het opstellen van het POP gaat het personeelslid werken aan de realisering van de voorgenomen plannen. Tenminste éénmaal per jaar, tijdens het functioneringsgesprek, wordt de directeur ingelicht over het verloop van het plan. Er wordt gekeken hoe de uitvoering van het plan verloopt en er worden eventuele bijstellingen afgesproken. Het POP zelf is opgenomen in het bekwaamheidsdossier dat van elke werknemer wordt bijgehouden.
Alle werknemers beschikken over een bekwaamheidsdossier. Deze dossiers zijn centraal opgeslagen in de school. De inhoud van het bekwaamheidsdossier is niet wettelijk geregeld. Hieronder staan 5 functionele eisen genoemd met daarbij de documenten en afspraken:
: 4.3.10 Functioneringsgesprekken
De directie voert jaarlijks een functioneringsgesprek met alle medewerkers. Tijdens het functioneringsgesprek staat het POP van de medewerker centraal. Op basis van het ontwikkelde POP wordt omgezien naar verbeterdoelen in relatie tot de schoolverbeterdoelen. Aan de orde komen verder: het functioneren in het algemeen, groepstaken, zorgtaken, persoonlijke ontwikkeling binnen de organisatie, organisatie en beleid, interne- en externe contacten, de normjaartaak, de taakbelasting en het ziekteverzuim. In de cyclus van vier jaar heeft een werknemer twee maal een functioneringsgesprek.
4.3.11 Beoordelingsgesprekken
De directie voert een beoordelingsgesprek bij de overgang van een tijdelijke naar een vaste benoeming. Ook wordt er 1 x per 4 jaar een beoordelingsgesprek gevoerd met ieder personeelslid. Bij dit beoordelingsgesprek wordt een lijst met taak- en functioneringsaspecten gebruikt, die in relatie staan tot de bekwaamheidseisen. Daarnaast worden houding en gedrag t.o.v. collegae en ouders, de persoonlijke ontwikkeling en bijdrage van het personeelslid bij het tot stand komen van de schoolontwikkeling beoordeeld.
4.3.12 Deskundigheidsbevordering (scholing – professionalisering)
Scholing komt aan de orde bij de functionerings- en POP-gesprekken. Medewerkers kunnen zich persoonlijk scholen (bij voorkeur in relatie tot de organisatorische doelen –zie hoofdstuk 4.1-, de bekwaamheidseisen en/of het opgestelde persoonlijk ontwikkelplan) Daarnaast organiseert en faciliteert de directie teamgerichte scholing. Ook deze scholing richt zich op het versterken van de missie, de visie en de afspraken (doelen) van de school. Het team volgt ieder jaar teamgerichte scholing waarbij in principe iedereen aanwezig is. Voor individuele scholing kan een scholingscontract worden opgesteld, waarin een terugbetalingsregeling is opgenomen voor het geval het personeelslid binnen drie jaar de organisatie verlaat. De scholing wordt verwerkt in de normjaartaak onder het kopje “deskundigheidsbevordering”.
Gevolgde teamscholing 2004-2008
Tijdens de leerlingbesprekingen wordt gebruik gemaakt van de incidentmethode. Daarbij vindt formeel collegiale consultatie plaats. Dat gebeurt ook vier keer per jaar tijdens intervisiebesprekingen. Daarnaast vindt heel veel informele intervisie plaats, bv. “Kijk eens even met me mee. Ik heb… gedaan, dat leverde …op. Geef eens feedback.” Ook kijken collega’s bij elkaar in de groep, bereiden samen lessen voor, geven elkaar feedback en maken vervolgafspraken. Ook de schoolleiding en het zorgteam maken regelmatig samen gebruik van intervisie, reflecteren op ontwikkelingen en eigen denken en handelen.
Jaarlijks wordt er een aantal activiteiten, die bijdragen aan de teambuilding, georganiseerd. Deze zijn zowel werkgerelateerd als niet-werkgerelateerd. Tijdens deze activiteiten hebben we als team de kans elkaar formeel en informeel te leren kennen en waarderen als mens en collega. Dit levert een positieve bijdrage aan het gevoel van saamhorigheid en het bevordert de werksfeer.
De activiteiten zijn:
4.3.15 Lief- en leedlijst Voor alle werknemers van de Stichting is in de zogenaamde lief- en leedlijst vastgelegd wie wat doet bij bv. een jubileum, een afscheid enz. Ook staan hierin de bedragen voor cadeaus en receptie vermeld. Ook op schoolniveau is er een lief- en leedpot.
4.3.16 Verzuimbeleid
Bij verzuim of verlof beoordeelt de directeur of er een rechtsgrond bestaat voor de aanvraag. Het verzuim of verlof wordt gemeld aan het administratiekantoor Dyade, deze geeft de melding door aan de Arbodienst (Achmea Vitale te Utrecht), waarna het teamlid een Ziekte Informatie Formulier (Zif-formulier) moet aanleveren. Afhankelijk van de aard van de ziekte, benadert de bedrijfsarts het teamlid voor een consult, dan wel voor een telefonisch contact. Ook de directeur of het personeelslid zelf kan verzoeken om een consult. Voor het verdere verloop van het ziektetraject is de wet Poortwachter de leidraad. De directeur draagt op school zorg voor dossiervorming, Dyade bewaakt dat de verantwoordelijke personen op de juiste momenten meldingen doen of documenten inleveren bij de juiste instanties.
4.3.17 Seniorenbeleid In Nieuwegein en IJsselstein is de samenstelling van de teams qua leeftijdsopbouw over het algemeen nogal verschillend. In IJsselstein zijn er veel jonge teams, in Nieuwegein is sprake van het tegenovergestelde. Op de Trekvogel is sprake van een evenwichtig leeftijdsopbouw. Om aan alle BAPO-verplichtingen te kunnen voldoen, vindt overheveling plaats van IJsselstein naar Nieuwegein. (zie ook het hoofdstuk 6 financieel beleid) Naast deze financiële component lopen we regelmatig aan tegen het feit dat veel oudere werknemers aangeven dat zij het werken voor een groep als (te) belastend ervaren. Binnen de stichting zal (in redelijkheid) bekeken worden in hoeverre hier rekening mee gehouden kan worden.
Hoofdstuk 5 Organisatie en beleid
5.1. Organisatiestructuur
Onze school is één van de 9 openbare basisscholen van de Stichting ROBIJN: Regionaal Openbaar Basisonderwijs IJsselstein Nieuwegein. Deze stichting is op 1 mei 2008 ontstaan uit een fusie van twee openbare besturen in Nieuwegein en IJsselstein, na jarenlang intensief en professioneel samenwerken. Er zijn 4 scholen in IJsselstein (de Trekvogel, de Torenuil, de Tandem en de Touwladder) en 5 scholen in Nieuwegein (de Krullevaar, de Veldrakker/Schakel, de Meander, de Zuiderkroon en de Toonladder. Er zijn 14 locaties: in IJsselstein de Trekvogel, de Torenuil (hoofdvestiging en de schoolwoningen), de Tandem en de Touwladder; in Nieuwegein de Krullevaar, de Veldrakker, de Schakel, de Meander, de Zuiderkroon (rood, geel en groen) en de Toonladder (Galecop en Zuilenstein). Het bestuur van de Stichting ROBIJN is het ‘bevoegd gezag’ van de scholen. De clusterdirecteuren werken, binnen door het bestuur aangegeven kaders, vanuit hun portefeuilles en in gezamenlijkheid beleidsvoorbereidend. De dagelijkse leiding van de scholen ligt bij de directeuren op elke locatie. De Stichting heeft een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR). In deze GMR hebben van iedere school een personeelslid en een ouder zitting. De werkgroep M&O en een bestuurslid zijn als adviseur aanwezig bij de vergaderingen. Daar waar gewenst of noodzakelijk worden portefeuillehouders of andere specialisten uitgenodigd. De GMR werkt met een kernteam, waar een aantal zaken voorbereid worden voor de plenaire vergadering. Iedere school heeft een eigen medezeggenschapsraad. In de MR van de Trekvogel zitten zes leden, drie ouderleden en drie leerkrachten. De directie heeft geen zitting in de MR, maar heeft een adviserende rol en overlegt regelmatig met de MR. De Trekvogel heeft een ouderraad/activiteitencommissie die bestaat uit 8 ouders, waarbij gestreefd wordt naar een zo’n goed mogelijke afspiegeling van het ouderbestand.
5.1.1 Beschrijving van de managementstructuur
Binnen de stichting wordt gewerkt vanuit het principe van integraal schoolleiderschap. Het Cluster Directeuren Overleg (CDO) bestaat uit de clusterdirecteuren van de afzonderlijke scholen. Alle directeuren hebben binnen dit overleg een gelijkwaardige positie; er is dus geen sprake van een hiërarchische relatie. Ze zijn nevenschikkend ten opzichte van elkaar. Dit brengt onder andere met zich mee dat besluitvorming plaats vindt op basis van consensus. Indien dit niet mogelijk is, worden besluiten genomen bij een meerderheid van 80%. Het CDO is verantwoordelijk voor de bovenschoolse beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering en werkt op basis van taakdifferentiatie. Op basis van de taakdifferentiatie wordt gewerkt met portefeuillehouders. Hierbij is sprake van een hoofd- en schaduwportefeuilleverdeling. De volgende portefeuilles worden onderscheiden:
Naast dit CDO, dat wekelijks bij elkaar komt, komt een aantal keren per jaar het Directeuren Overleg (DO) bij elkaar. Dit DO wordt gevormd door alle directeuren, dus zowel de directeuren per school/locatie als de clusterdirecteuren. Ook hier worden besluiten genomen op basis van consensus. Indien dit niet mogelijk is, worden besluiten genomen bij een meerderheid van 80 %
5.1.2 Bevoegdheden en taken schooldirectie (clusterdirecteur en directeur):
De schooldirectie geeft uitvoering aan beleid binnen de door het bestuur vastgestelde kaders. De directeur heeft de dagelijkse leiding van de locatie en is belast met de interne organisatie. De clusterdirecteur is eindverantwoordelijk.
5.1.3 Bevoegdheden en taken van het bovenschools management, het CDO
Het CDO oefent in naam van en onder verantwoordelijkheid van het bestuur beleidsvoorbereidende en -uitvoerende taken uit. Zij voert namens het bestuur de dagelijkse leiding uit en rapporteert periodiek over haar gemandateerde of gedelegeerde werkzaamheden aan het bestuur. Het bestuur verleent het CDO de bevoegdheid namens en onder verantwoordelijkheid van het bestuur alle besluiten te nemen die noodzakelijk zijn om de doelstelling van de stichting te verwezenlijken, uitgezonderd:
In onderstaand organogram is de managementstructuur zichtbaar.
Cluster Meander
Cluster Toonladder – Veldrakker / Schakel
Cluster Zuiderkroon – Krullevaar
Cluster Torenuil – Trekvogel
Cluster Touwladder – Tandem
5.1.4 De positie van het Bestuur Uit onderstaande bestuursfilosofie blijkt duidelijk dat gekozen is voor een toezicht-houdend bestuur met een gemandateerd management.
Bestuursfilosofie: Het bestuur geeft richting aan het openbaar basisonderwijs in Nieuwegein en IJsselstein en stelt kaders waarbinnen de directies van de scholen gemandateerd worden en ruimte krijgen om beslissingen te nemen en leiding te geven aan de scholen.
Voor het management betekent dit dat het bestuur de directies vrij laat in de uitvoering van de door het bestuur aangegeven doelen. Het bestuur zelf neemt alleen die beslissingen die van belang zijn voor de goede bedrijfsvoering in de organisatie. Voor het overige houdt men toezicht op het functioneren van het management. Feitelijk komt dit neer op het als toezichthoudend bestuur vooraf formuleren van de kaders waarbinnen de directies kunnen opereren. Deze kaders vormen de basis van het toe te kennen mandaat. De directies op hun beurt leggen daarover achteraf verantwoording af. Het bestuur handelt in lijn met de Code “Goed Bestuur” zoals opgesteld door de besturenorganisaties uit de onderwijssector. Kernpunten hieruit zijn: het bestuur treedt op als een eenheid, het bestuur spreekt met één mond, het bestuur maakt haar besturingsfilosofie bekend aan belangstellenden, bestuurders handelen zo dat er geen vermenging is tussen schoolbestuurlijke belangen en eigen persoonlijke of zakelijke belangen. Deze uitspraken worden vertaald in beleid, beleid dat uitgevoerd wordt door het gemandateerde management.
5.1.5 De bevoegdheid van het bestuur: Het bestuur handelt uit naam van de gemeenschap die ooit het initiatief nam om de school c.q. scholen te stichten en ziet er namens die gemeenschap op toe dat de scholen prestaties leveren die het bestuur aan die gemeenschap kan verantwoorden. De Stichting heeft ten doel het geven van openbaar onderwijs aan de school/scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 WPO, artikel 42 WPO, dan wel artikel 49 WEC. Om het doel te verwezenlijken kan de Stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Het bestuur handelt in lijn met de Code “Goed Bestuur” zoals opgesteld door de besturenorganisaties uit de onderwijssector. Basis van de besluitvorming is het solidariteitsprincipe. Kernpunten:
Het bestuur bestaat uit vijf leden die worden benoemd door de gemeenteraden, waarvan drie op voordracht van het bestuur en twee op voordracht van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. De leden van het bestuur worden voor vier jaar benoemd. De leden kunnen na afloop van hun zittingstermijn terstond, maar maximaal één maal, worden herbenoemd. Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement op voor de werving en voordracht van leden. Het bestuur maakt afspraken met het management over de wijze van uitoefening van het toezicht en geeft vooraf de kaders en speelruimte aan waarbinnen het management haar werk kan doen.
Samengevat betekent bovenstaande: Het bestuur neemt doelbeslissingen. Dat wil zeggen dat het bestuur aangeeft voor wie de scholen zijn, welke middelen hiervoor ingezet mogen worden, welke doelstellingen men nastreeft en welke resultaten men wil bereiken. Het bestuur doet uitspraken over beperkende bepalingen. Hierbij geeft het bestuur aan welke kaders en grenzen er zijn, welke middelen bijvoorbeeld niet ingezet mogen worden. Het bestuur schept helderheid over het eigen bestuurlijke handelen. Het bestuur is duidelijk over de spelregels die ze voor zichzelf hanteert. Het bestuur handelt overeenkomstig de Code “Goed Bestuur”, zoals deze is vastgesteld door een aantal belangrijke onderwijsorganisaties. Het bestuur komt eerst tot besluitvorming nadat zij zich daar waar mogelijk heeft laten informeren en adviseren door het CDO. Verder zijn de spelregels vastgelegd in statuten en huishoudelijk reglement. Het Bestuur stelt de relatie bestuur – management vast. Het bestuur geeft aan op welke manier het bevoegdheden mandateert aan de clusterdirecteuren en de locatiedirecteuren en hoe het toezicht houdt op de resultaten.
5.1.6 Medezeggenschap Stichting ROBIJN
Op elke school is een medezeggenschapsraad (MR) aanwezig, bestaande uit vertegenwoordigers namens de ouders en vertegenwoordigers namens het personeel. Per locatie wordt één ouderlid en één personeelslid afgevaardigd naar de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR).
Het bestuur van de Stichting en
de GMR hebben overlegd over de toepassing van de WMS. Ze hebben daarbij hun
verwachtingen uitgesproken over de mogelijkheden die deze wet biedt om de
onderlinge communicatie alsmede het formele overleg te versterken.
Gespreksonderwerpen zijn alle aangelegenheden die voor het bestuur die
bovenschools van belang zijn voor directie, ouders, kinderen en personeelsleden.
Ten behoeve van de MR op de verschillende scholen is een medezeggenschaps-reglement primair onderwijs vastgesteld.
De Trekvogel heeft een activiteitencommissie die bestaat uit een groep enthousiaste ouders, die op vrijwillige basis de leerkrachten ondersteunt bij het organiseren van verschillende activiteiten. Voor al deze activiteiten vraagt zij ook regelmatig hulp van andere ouders. De medezeggenschapsraad beheert de ouderbijdrage en legt hier jaarlijks verantwoording voor af. De ouderraad heeft een eigen budget, dat bestaat uit een deel van de ouderbijdrage. Aanvullende gelden worden gegenereerd door de stichting “Vrienden van de Trekvogel”. Dit gebeurt in samenspraak met de MR. In de komende jaren zullen de werkzaamheden van de stichting “Vrienden van de Trekvogel” nader geanalyseerd worden . Bedoeling is dat er meer inhoud aan deze stichting gegeven gaat worden.
5.1.8 Schoolgids
In onze schoolgids wordt informatie gegeven over de interne en externe organisatie. De schoolgids wordt regelmatig geactualiseerd. Jaarlijks geeft de school een jaarinfo uit, waarin o.a. roosters, klassenverdelingen en jaarplanning zijn opgenomen.
5.2. Structuur (groeperingsvormen)
De school bestaat uit 2 kleutergroepen en 6 homogene groepen 3 t/m 8. Deze groepen worden ondersteund door “extra” flex-leerkrachten onder het motto: “groot waar het moet (bijvoorbeeld: zelfstandig werken, toetsen, drama) en klein waar het kan” (bijvoorbeeld: instructie).
We vinden het erg belangrijk dat kinderen ervaren dat hun school groter is dan hun eigen groep. Voorbeelden hiervan zijn: knutsel-crea circuit, tutorlezen, toneel-voorstellingen.
5.3. Schoolklimaat (inclusief Sociale Veiligheid)
5.3.1. Schoolklimaat
Wij vinden het belangrijk, dat de school een veilige en verzorgde omgeving is voor de kinderen en de medewerkers. Een omgeving waarin iedereen zich geaccepteerd voelt en waar het plezierig samenwerken is, is een voorwaarde om goed onderwijs te kunnen geven. Het motto is “De Trekvogel op zijn nest, De Trekvogel op zijn best”. Als betrokkenen lekker in hun vel zitten, zich thuis voelen (nest) heeft dit positieve invloed op de omgeving, de leerbeleving en de leerprestaties (best).
Onze school is een school die open staat voor ouders. Sterker nog: we proberen ouders optimaal te informeren en te betrekken bij de dagelijkse gang van zaken. Onze afspraken hierbij zijn:
Beoordeling: Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld is gebleken dat personeel over het algemeen tevreden is.
Verbeterpunten Uit de vragenlijsten van de WMK-PO en uit de jaarlijkse evaluatievergadering, zo ook uit het onderzoek dat door de GGD is afgenomen (Schoolkracht) is gekomen dat: ouders en personeel over het algemeen erg tevreden zijn . Bij het personeel is een aandachtspunt het verhogen van de betrokkenheid van kinderen en ouders bij het onderwijsproces. Bij de kinderen komt er een nuance op betrokkenheid naar voren namelijk de invloed hierop: Kinderen willen graag meedenken en meepraten over allerlei schoolzaken. Alle respondenten hebben aangegeven dat zij graag iets aan de hygiëne met name de toiletten gedaan willen hebben.
5.3.2. Sociale Veiligheid
Uitgangspunt is dat we op consequente wijze omgaan met kinderen met probleemgedrag, om hen te helpen in het adequaat omgaan met problemen. Daarbij gaan we uit van vaste procedures die zowel op de interne als externe situatie gericht zijn. Communicatie naar alle betrokkenen is daarbij van essentieel belang. Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel, ouders en kinderen zijn ingevuld, zo ook uit de de kinderenenquête vanuit de jeugdgezondheidsmonitor (Schoolkracht) vanuit de GGD, is gebleken dat alle betrokkenen zich over het algemeen erg prettig en veilig voelen op de Trekvogel.
Verbeterpunten:
5.3.3 ARBO en Risico-Inventarisatie
In de Arbo-wet zijn regels voor werkgevers en werknemers opgenomen om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers te bevorderen. Doel is om ongevallen en ziektes, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. De Stichting ROBIJN is, in verband met de voorgenomen fusie, sinds 1 januari 2008 aangesloten bij dezelfde Arbo-dienst: Achmea-Vtale. Deze dienst roept zieke werknemers na een maand, of zoveel eerder als gewenst, op voor een bezoek aan de bedrijfsarts. Enkele keren per jaar heeft de bedrijfsarts contact in het Sociaal Medisch Team (SMT) met de (cluster)directeuren.
Doel is:
Om verzuim zoveel mogelijk te voorkomen, wordt 1x per 4 jaar een zogenaamde RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie) gemaakt. In de planning voor de komende jaren is deze RI&E opgenomen evenals het plan van aanpak n.a.v. deze inventarisatie. Daarnaast komt dit onderwerp, evenals de werkomstandigheden binnen de school jaarlijks aan de orde in de functioneringsgesprekken. Blijkt uit bovenstaande dat het voor een werknemer goed is om uitval door ziekte te voorkomen, dan wordt een vrijwillig periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) afgesproken bij de bedrijfsarts. Ook kan via Achmea-Vitale een arbeidsdeskundige ingeschakeld worden als dit voor het vervolg van een ziekteproces c.q. wel of niet hervatten van eigen werk, gewenst is. In afstemming met de werknemer en de ARBO-arts wordt gekeken wat gewenst of noodzakelijk is om een snelle en verantwoorde terugkeer naar het werk te bevorderen. Tenslotte: op onze school is een ontruimingsplan aanwezig, we oefenen meerdere keren per jaar een ontruiming, er zijn voldoende BHV-ers opgeleid. Eén van de BHV-ers is veiligheidscoördinator en bewaakt samen met de directie de afspraken rond veiligheid. Uit functionerings- en voortgangsgesprekken komt regelmatig naar voren dat een aantal leerkrachten af en toe last heeft van werkdruk.
Verbeterpunten:
5.4. De interne communicatie
Op onze school vinden we de interne communicatie van groot belang. Het gaat erom betrokkenheid te creëren van de diverse geledingen op het werk en op het schoolgebeuren om op die manier de kwaliteit van de school te optimaliseren. Daarom zorgt de schoolleiding voor een heldere vergaderstructuur en worden er effectieve hulpmiddelen gebruikt.
Qua communicatiegedrag vinden we het volgende belangrijk:
Onze afspraken zijn:
Beoordeling: Uit de vragenlijsten van WMK-PO die in maart 2008 door personeel zijn ingevuld is gebleken dat men over het algemeen tevreden is over de interne communicatie.
Verbeterpunten:
5.5. De communicatie met externe instanties
De school onderhoudt systematische (gereguleerde) contacten met diverse instanties:
Visie Goede contacten met ouders vinden wij van groot belang, omdat school en ouders dezelfde doelen nastreven: goed onderwijs en de algemeen persoonlijke ontwikkeling van het kind. Goed, informeel en laagdrempelig contact met ouders draagt mede bij aan een goede sfeer op school. In de huidige dynamische maatschappij hebben school en ouders elkaar nodig voor een optimale ontwikkeling van het kind. Ouders zien we daarom als gelijkwaardige gesprekspartners. Voor de leraren zijn de bevindingen van de ouders essentieel om het kind goed te kunnen begeleiden. En voor de ouders is het van belang dat zij goed geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind.
Onze afspraken zijn:
Beoordeling: Uit de WMK-PO is gebleken dat over het algemeen de geledingen tevreden zijn over de wijze van communiceren, maar dat er enkele verbeterpunten/wensen zijn op dit gebied.
Verbeterpunten:
5.7. Interne en externe PR Zowel naar onszelf, als naar de buitenwereld, is het goed te laten horen: “Wij zijn trots op onze school!”
Interne PR: De leerkracht is trots op zijn klaslokaal waar hij/zij dagelijks werkt met de kinderen. Het lokaal nodigt uit om naar binnen te gaan, het prikbord ziet er verzorgd uit. De leerkrachten spreken positief over elkaar, ouders en kinderen. Ze zijn trots op de school en dragen dat actief naar buiten uit. De MR en de activiteitencommissie staan beiden op de website met informatie over de betreffende geleding.
Externe PR: De school zorgt op verschillende manieren voor externe PR. Voorbeelden zijn:
Verbeterpunten:
Hoofdstuk 6 Financieel beleid
Ook op het gebied van financiën, materieel beleid en huisvesting spelen bovenschoolse ontwikkelingen een steeds grotere rol.
Met ingang van 1 augustus 2006 kregen we te maken met de Lumpsum bekostiging. Dit vraagt van de school een grotere planmatigheid.
In tegenstelling tot de vorige schoolplanperiode hebben we inmiddels een goed inzicht gekregen in onze financiële positie. Deze financiële positie is goed te noemen. Wel zal er in de toekomst nog planmatiger gewerkt moeten worden.
6.1 Financieel beleid ROBIJN
De scholen van de stichting ROBIJN ontvangen rechtstreeks subsidies van het CFI en andere subsidiegevers. Op basis van solidariteit c.q verevening worden van verschillende budgetten delen via de bovenschoolse kostenplaats doorgesluisd naar andere scholen, om op deze wijze tot meer gelijke financiële situaties te komen. Besluiten hierover worden genomen door het bestuur op basis van voorstellen van het CDO (Cluster Directeuren Overleg). De clusterdirecteur met de portefeuille financiën is eindverantwoordelijk voor het totale financiële beleid van de stichting. Middels een planning- en controlcyclus bewaakt hij dat het beleid wordt uitgevoerd. Na bovengenoemde herschikkingen zijn de overige gelden t.b.v. de BRIN-nummers. De clusterdirecteur is eindverantwoordelijk voor het financiële beleid van het cluster en de daaronder vallende BRIN-nummers en locaties. De clusterdirecteuren bepalen, in overleg met de directeuren, over welke budgetten de directeur verantwoordelijk is en welke budgetten niet ter beschikking worden gesteld aan de directeur en onder verantwoordelijkheid van de clusterdirecteur blijven vallen. Uitgangspunt is dat budgetten worden toegewezen aan degene die er het meest invloed op kan uitoefenen. De schooldirectie is budgetverantwoordelijk binnen de aangegeven financiële kaders. De personele risico’s (zoals bijv. ouderschapsverlof en BAPO) zijn bovenschools afgedekt. De school kan binnen de gestelde financiële kaders individuele keuzes maken t.a.v. de toegewezen budgetten en legt verantwoording af aan de medezeggenschapsraad.
6.1.1 Toewijzing en besteding van de subsidies
Geldstromen die er zijn, worden als volgt besteed:
De boekhouding van de gehele stichting wordt gedaan door het administratiekantoor Dyade in Nieuwegein. Ieder BRIN-nummer heeft daarin een kostenplaats, evenals elke locatie die valt onder een BRIN-nummer. Tevens is er een kostenplaats voor de bovenschoolse financiën. De herschikkingen worden in de begroting ingebracht middels een “doorbelastingstabel”. Al het geldverkeer van alle bankrekeningen wordt in de jaarrekeningen van de stichting verantwoord, evenals eventuele rekeningen van ouderraden, medezeggenschapsraden, overblijforganisaties, oud-papier-rekeningen, rekeningen voor ouderbijdragen e.d. Dit geldt voor alle rekeningen die niet vallen onder een eigenstandige stichting of vereniging.
6.1.2 Schoolbeleid
Financieel moet elke school “zijn eigen broek op houden”. De school is geen bankier en geeft het geld planmatig, transparant en verantwoord uit.
Elk BRIN-nummer kan het toegewezen personele budget vrij inzetten. Bij een BRIN-nummer met meer locaties deelt de clusterdirecteur i.o.m. de directeuren het personeel c.q. het personele budget toe. De directie formuleert jaarlijks de uitgangspunten van de personele formatie en bespreekt deze met personeel en MR.
Elk BRIN-nummer kan het toegewezen materiële budget vrij inzetten. Indien er bij het BRIN-nummer meerdere locaties horen, zal het budget voor de locatie via doorbelasting naar de kostenplaats van de locatie gerealiseerd worden. De clusterdirecteur en de locatiedirecteuren maken in overleg een jaarlijkse begroting en een meerjarenbegroting, waarin de investeringen en de afschrijvingen zijn verwerkt. Dit Meerjaren Investerings Plan (MIP) wordt jaarlijks geactualiseerd.
De penningmeester (lid van de oudergeleding van de MR) beheert de ouderbijdragen. Verantwoording wordt jaarlijks aan de ouders afgelegd. Uit de ouderbijdragen worden vooral die zaken bekostigd die als “extra” voor de kinderen gelden.
6.1.3 Medezeggenschap
Vanzelfsprekend houdt de school zich aan de wettelijk geregelde medezeggenschap van alle gelden die de school betreffen. Zij heeft een informatieplicht naar de MR van de school. Voor vaststelling van de begroting heeft de MR de mogelijkheid er haar instemming aan te geven en/of te wijzigen aan te brengen. Bovenschools gelden t.a.v. de GMR dezelfde rechten en plichten.
6.1.4 Verantwoording
Alle inkomsten en uitgaven worden transparant verantwoord aan de Stichting ROBIJN, ouderraad en MR, zowel vooraf als achteraf. T.b.v de jaarrekening van de stichting levert elke rekeninghouder aan het begin van het kalenderjaar in:
6.2 Financieel beleid “De Trekvogel”
Jaarlijks stelt het management van “De Trekvogel” een begroting op. Hierbij wordt een scheiding gemaakt tussen personele en materiële uitgaven. Er wordt steeds naar gestreefd om beide onderdelen neutraal te houden. Bij de begroting houden we steeds rekening met verwachte cijfers, die we van de specialisten aangereikt krijgen. Onze eerste ervaring met lumpsum is, dat we inzicht moeten krijgen in de balans tussen de budgetten materieel en personeel en de mogelijkheid om hier de schotten tussenuit te halen.
Aan de inkomstenkant wordt naast de jaarlijkse toekenning door het CFI op leerling- en schoolgegevens, ook tussentijds extra budgetten aangevraagd voor bijv. rugzakken (personeel en materieel). Ook worden extra subsidies aangevraagd (bijv. techniek, overblijven, studiekosten). Voor deze laatste inkomsten zijn doelbestedingen gemaakt.
Aan de uitgavenkant worden extra uitgaven gedaan, omdat we met de meest moderne methodes en materialen willen werken. Verder betalen we jaarlijks een zgn. lespuntenvergoeding aan scholen met meerdere locaties (verevening)
De financiële positie van “De Trekvogel” is goed. In onderstaand schema ziet u de financiële reserve per 1 januari 2008.
Op 1 januari 2008 had “De Trekvogel” een algemene reserve van € 308.322. Voor dit bedrag moeten we de volgende voorzieningen treffen:
Een goede financiële buffer is voor een school erg plezierig, maar nooit het hoofddoel van de school. Ons hoofddoel blijft: Goed onderwijs voor kinderen. Bij de toekomstige uitgaven zal dit schoolplan leidraad zijn. Op korte en middellange termijn is de financiële positie dermate goed dat we de noodzakelijke materiële en personele investeringen kunnen doen, die nodig zijn.
Op “De Trekvogel” is sinds lange tijd de cultuur ontstaan van kostenbewust handelen. Maximaal op zoek naar aanvullende gelden, investeren waar het moet en bezuinigen waar het kan. Ook in de toekomst zal dit onze leidraad zijn.
6.3 Andere inkomsten
Naast de reguliere inkomsten van het Rijk heeft de school nog andere inkomsten. Deze inkomsten zijn verwerkt in bovengenoemde bedragen. Het betreft de volgende inkomsten:
Iedere maand is er een oud papieractie. De inkomsten worden gebruikt voor aanvullende schoolzaken (onder andere schoolreizen).
Ieder jaar organiseert de school acties voor een goed doel. Eén goed doel is wisselend (afgelopen jaar bijvoorbeeld KIKA) en daarnaast komen elk jaar de kinderpostzegels terug. De gelden voor de Kinderpostzegels gaan buiten de school om. Incidenteel worden acties voor een specifiek doel gehouden (bijv. kaartenactie voor het afscheid van de vorige directeur).
De MR vraagt jaarlijks een vrijwillige ouderbijdrage voor de bekostiging van festiviteiten en activiteiten e.d.. Indien een ouder niet kan betalen, wordt hij vrijgesteld van betaling en/of wordt er een beroep gedaan op de U-pas. De MR legt aan de ouders zelf verantwoording af over de gelden.
Voor de sponsoring is op onze school de stichting “Vrienden van De Trekvogel” opgericht. Dit om de zaken zo formeel mogelijk te scheiden en enige vorm van belangenverstrengeling te voorkomen. Deze stichting is gelieerd aan de MR. Naast sponsoring in geld, komt ook sponsoring in materiaal of diensten voor. Op dit moment zijn we op zoek naar nieuwe mensen, die de stichting een nieuwe impuls kunnen geven en die de verantwoording van de gelden beter doen verlopen. Sponsoring kan zowel op financieel, materieel als dienstengebied plaatsvinden. Bij alle vormen van sponsoring wordt bewaakt dat de onafhankelijkheid van de school en betrokkenen niet in het geding mag komen.
De school genereert ook extra gelden door de verhuur aan derden (bijv. de basketbalvereniging). Alle gelden gaan naar het schoolfonds; hieruit worden aanvullende schoolzaken bekostigd
Huisvesting
In IJsselstein is het voor alle openbare basisscholen een Meerjaren Onderhoud Planning (MOP) vastgesteld. In de praktijk levert dit een aandachtspunt op, omdat de ontvangen gelden voor onderhoud niet toereikend zijn om het onderhoud ook daadwerkelijk uit te voeren. In de stichting ROBIJN wordt bekeken wat hier adequate oplossingen voor zijn.
Gelden m.b.t. WSNS
Door een hoog verwijzingspercentage in ons samenwerkingsverband gaan er nauwelijks gelden naar de school toe. Voor de besteding van de zorggelden verwijzen wij naar het zorgplan, dat jaarlijks bijgesteld wordt. Dit zorgplan ligt ter inzage op school.
Verder informatie is te vinden in de volgende bestanden:
Verbeterpunten:
Bovenschools:
School:
Hoofdstuk 7 Kwaliteitsbeleid
Onze school streeft kwaliteit en kwaliteitszorg na, beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kwaliteitszorg betekent dat we de “goede dingen nog beter proberen te doen”, en “de dingen die beter kunnen willen verbeteren”. We zorgen ervoor dat de kwaliteit en kwaliteitszorg op peil blijft: we werken met adequate instrumenten en een heldere plannings- en beleidscyclus, we beoordelen de afspraken systematisch en cyclisch (zie evaluatieplan). Aan het eind van ieder schooljaar wordt een planningsdocument opgesteld voor het daarop volgende schooljaar. Hierin worden o.a. de evaluatiemomenten vastgelegd van zowel de diverse onderdelen die een evaluatie behoeven, als een evaluatie van het schoolplan zelf. Ook wordt in dit document opgenomen een terugblik op het afgelopen jaar en de beleidsvoornemens voor het komende jaar. Van belang is ook, dat onze kwaliteitszorg gekoppeld is aan het integraal personeelsbeleid. We streven ernaar, dat onze medewerkers competenties ontwikkelen die gerelateerd zijn aan de beleidsterreinen die we belangrijk vinden. Deze ontwikkelpunten worden opgenomen in het POP (Professioneel Ontwikkelings Plan) Daardoor borgen we dat de schoolontwikkeling en de ontwikkeling van onze medewerkers parallel verloopt. Onze afspraken m.b.t. kwaliteitszorg zijn:
7.1 Terugblik Schoolplan 2003-2007 en zelfevaluatie
Het oordeel over onderstaande beleidsterreinen geven wij vooral op basis van de meest recente vragenlijsten van ouders, kinderen, leerkrachten en het periodiek kwaliteitsonderzoek vanuit de inspectie. De analyses en actiepunten van deze vragenlijsten en onderzoeken staan vermeld in de hoofdstukken 7.2 t/m 7.5. Opvallend is dat bij de vragenlijsten een significant verschil is in de scores van de ouders en leerkrachten aan de ene kant en die van de kinderen aan de andere kant. Hier zal in de komende tijd op meerdere manieren naar gekeken worden (o.a. schriftelijk-mondeling; leeftijdsgroep; moeilijkheidsgraad en interpretatie van de vragen).
Het beleidsterrein Schoolklimaat en Pedagogisch klimaat waarderen wij met “ruim voldoende”. Ouders en leerkrachten geven aan dat kinderen met plezier naar school gaan. Kinderen waarderen dit onderdeel iets lager. In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het schoolklimaat en dit zal ook in de komende vier jaar een belangrijk aandachtspunt blijven.
Het beleidsterrein Onderwijsleerproces waarderen wij met een “ruim voldoende”. Het onderwijsleerproces wordt regelmatig met elkaar aan de orde gesteld. Door een gezamenlijke verantwoordelijkheid en het optimaal benutten van kwaliteiten van personeel, wordt het onderwijs boeiender en beter. De kinderen worden zoveel mogelijk actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten en door de leraren wordt een taakgerichte werksfeer gerealiseerd. Om nog meer de doorgaande lijn van ons onderwijs te bewaken en te stimuleren, hebben we vorig schooljaar de visie en de missie van de school herijkt. Deze visie is leidend voor de praktische invulling van het onderwijs en het aanschaffen van nieuwe methodes en materialen.
Het beleidsterrein Kinderenzorg waarderen wij met een “ruim voldoende”. Er is een duidelijke zorgstructuur en een competent zorgteam. Er is goed zicht op de ontwikkelpunten voor de komende jaren.
Het beleidsterrein Opbrengsten waarderen wij met een “voldoende”.Wij stellen hoge eisen aan onze kinderen vanuit de gedachte, dat we het maximale uit een kind willen halen. We hebben de indruk dat we steeds meer kinderen op school kunnen begeleiden, hetgeen van invloed zou kunnen zijn op de opbrengsten. Op onze school gaan we komende jaren aan de slag om systematisch de kwaliteit van onze opbrengsten in kaart te brengen.
Het beleidsterrein Kwaliteitszorg waarderen wij met een “ruim voldoende”. Binnen ons bestuur werkt iedere school met het model van kwaliteitskaarten (WMK-po van Cees Bos). Onze school evalueert systematisch de kwaliteit van ons onderwijs. Hieruit formuleren we nieuwe doelen, die we uitvoeren. Wij leggen op verschillende manieren verantwoording af aan belanghebbenden over de gerealiseerde onderwijskwaliteit. Het schoolplan en de schoolgids voldoen aan de wettelijke voorschriften.
Het beleidsterrein Personeelsbeleid waarderen wij met een “ruim voldoende”. Binnen het bestuur is hard gewerkt aan het afstemmen en uniformiseren van personeelsbeleid. Door middel van functionerings- en beoordelingsgesprekken met daaraan gekoppeld het POP wordt de deskundigheid en professionele ontwikkeling bij teamleden bevorderd. De schoolleiding heeft beleid uitgezet voor de opvang en coaching van teamleden. De school voert in overeenstemming met het stichtingsbeleid actief personeelsbeleid bij het werven van nieuw personeel (stagebeleid, doelgroepenbeleid).
Het beleidsterrein Communicatie waarderen wij met “ruim voldoende”. De school voert actief beleid om op een juiste wijze met alle betrokkenen te communiceren. Dit geschiedt op verschillende manieren (o.a. digitale weekmededelingen, website, diverse ouderavonden, nieuwsbrief, thema-avonden, schoolinformatie, schoolkrant, diverse gespreksvormen) en met verschillende gremia (ouderpanel, AC, MR, externe relaties).
Bij het doorlezen van alle evaluaties van de afgelopen jaren en de beleidsvoornemens die in het schoolplan ’03-’07 genoemd werden, kunnen wij concluderen dat we hard hebben gewerkt aan verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op de Trekvogel! Punten die nog niet geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt zijn hebben we in dit schoolplan meegenomen; ICT verder opzetten en implementeren, het meer inhoudelijk bespreken van de uitkomsten van verschillende toetsen in de school, verder gaan met het ontwikkelen van sponsorbeleid (vrienden van de Trekvogel).
7.2 Analyse inspectierapport
Op 16 en 17 januari 2007 bezocht de inspecteur onze school voor een Periodiek Kwaliteits Onderzoek (PKO). In het inspectierapport staat o.a.: “De inspectie waardeert in het bijzonder de taakgerichtheid in de groepen en het schoolklimaat”. De opbrengsten van de school voldoen aan de verwachtingen.
“De Trekvogel” scoorde op een vierpuntsschaal op vrijwel alle onderdelen minimaal een 3: “draagt in voldoende mate bij aan de kwaliteit van het onderwijs”. Op de volgende onderdelen werd de maximale 4 ( draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van het onderwijs) gescoord:
Pedagogisch handelen:
Didactisch handelen:
Sfeer op school:
9.5 Kinderen en personeel voelen zich aantoonbaar veilig op school
Bij een tweetal onderdelen werd een 5 (niet te beoordelen) gescoord; deze zijn meegenomen in de actiepunten (3 en 4)
actiepunten: De inspectie heeft in haar laatste bezoek een tweetal specifieke actiepunten (lager dan een 3) geconstateerd: 1 De school waarborgt de sociale veiligheid voor kinderen en personeel. 2 Op basis van een analyse van de verzamelde gegevens bepaalt de school de aard van de zorg voor de zorgkinderen 3 De sociale vaardigheden van de kinderen liggen op een niveau dat mag worden verwacht 4 Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften ontwikkelen zich naar hun mogelijkheden
Ad 1 De school heeft verschillende acties uitgevoerd:
Dit beleid zal in de komende jaren gecontinueerd worden.
Ad 2 De school heeft verschillende acties uitgevoerd:
Dit beleid zal de komende jaren gecontinueerd en verder ontwikkeld worden.
Dit beleid zal de komende jaren gecontinueerd en geïmplementeerd worden.
Ad 4 De school heeft de volgende acties uitgevoerd:
Dit beleid zal de komende jaren gecontinueerd en verder ontwikkeld worden.
De aangetroffen kwaliteit van het onderwijs op onze school heeft niet geleid tot een aanpassing van de reguliere onderzoeksplanning van de inspectie. 7.3 Analyse vragenlijsten leerkrachten
De directie heeft in maart 2008 een Quick Scan afgenomen onder alle leerkrachten. (respons 96 %). In juli 2008 heeft de directie een eindevaluatie afgenomen. Hieronder volgt een korte weergave van, en reflectie op de uitslagen. Gekozen verbeterpunten worden opgenomen in Plan van Aanpak 2008-2012.
(De hoogst haalbare score is 4)
Het uitgangspunt van de school is om in principe alle scores lager dan 3,00 nadrukkelijk te onderzoeken en waar nodig te verbeteren. De verbeterpunten worden opgenomen in het plan van aanpak voor de komende 4 jaar:
Afstemming / Actieve en zelfstandige rol van de kinderen: er zal worden gewerkt aan het feit dat kinderen:
Integraal personeelsbeleid:
Externe contacten:
Levensbeschouwelijke identiteit:
Actief burgerschap en sociale integratie:
ICT:
7.4 Analyse ouderenquête
De MR heeft samen met de directie in mei 2008 een oudervragenlijst afgenomen onder alle ouders. (respons 40 %). Hieronder volgt een korte weergave van, en reflectie op de uitslagen.
(De hoogst haalbare score is 4)
Het uitgangspunt van de school is om in principe alle scores lager dan 3,00 nadrukkelijk te onderzoeken en waar nodig te verbeteren. De verbeterpunten worden opgenomen in het plan van aanpak voor de komende 4 jaar:
Kwaliteitszorg/Opbrengsten:
Gebouw en omgeving:
Overblijf en BSO:
7.5 Analyse kinderenvragenlijst
De directie heeft in juni 2008 een kinderenvragenlijst afgenomen bij alle kinderen in cluster 6 t/m 8. (respons 100 %). Hieronder volgt een korte weergave van, en reflectie op de uitslagen.
(De hoogst haalbare score is 4)
Het uitgangspunt van de school is om in principe alle scores lager dan 3,00 nadrukkelijk te onderzoeken en waar nodig te verbeteren. Uit de analyse van de vragenlijsten en gesprekken met kinderen en leerkrachten is gebleken dat kinderen moeite hebben met de manier van vragenstellen en het taalgebruik van de vragen. Dit heeft grote invloed op de score gehad. Bij de volgende keren zal naar de vraagstelling nadrukkelijk gekeken worden. Ook zal hierin meegenomen worden welke leeftijdscategorie deze lijsten goed in zal kunnen vullen. Toch nemen we de antwoorden van de kinderen serieus en zullen deze ook zoveel mogelijk meenemen in de actiepunten voor de komende vier jaar.
Aanbod / Afstemming:
Kwaliteitszorg:
Tijd:
Didactisch handelen:
Actieve en zelfstandige rol van kinderen:
Schoolklimaat:
Zorg en begeleiding:
7.6. Het evaluatieplan
In de schoolplanperiode worden alle beleidsterreinen -zoals aan bod gekomen in dit schoolplan- met een zekere regelmaat geëvalueerd. Welk beleidsterrein wanneer geëvalueerd wordt, staat aangegeven in onderstaand schema. De opbrengsten evalueren we jaarlijks op onze evaluatievergaderingen. In onze schoolbeleidsplan nemen we steeds op welke beleidsterrein wanneer in het jaar geëvalueerd wordt. Over de uitkomsten van de evaluaties wordt gerapporteerd aan het bevoegd gezag, de MR en de ouders.
|